Column Jaswina – Aflevering 3: Beeld, verbeelding en het zelfbeeld

Reacties zijn gesloten

Nog niet zo lang geleden werden Indiërs in het westen niet bepaald positief in Bollywoodfilms verbeeld. Ze waren de Indiase taal en cultuur vergeten, sterker nog, ze keken neer op alles wat Indiaas was. Een bekende film waarin dit beeld tot uitdrukking wordt gebracht is Purab aur Pacchim (1970), waarin de hoofdpersonage Bharat naar Engeland gaat en een tijd bij een vriend van zijn overleden vader logeert. De vriend is getrouwd met een verwesterde Indiase vrouw en heeft verwesterde kinderen. Dochter Preeti heeft blond haar, drinkt, rookt, feest (overigens net als alle andere Indiase jongeren in de film).

PurabAurPachhimDe personages staan eigenlijk symbool voor het westen: spilziek, egoistisch, en zedenloos. Hoofdpersonage Bharat daarentegen staat symbool voor India (hij heet niet voor niets Bharat, wat India betekent). Hij is eervol, hulpvaardig, rechtvaardig, en toegewijd aan belangrijke Indiase normen, waarden en tradities. Dit beeld en deze karakters kwamen vaak terug in films die na Purab aur Pachim volgden. Het werd pas doorbroken in de jaren ’90, met de film Dilwale Dulhania Lejayenge (1995). In deze film zijn de hoofdpersonages Indiërs die in Engeland wonen, daar een bestaan hadden opgebouwd, maar ondanks toch in hart en nieren Indiaas zijn gebleven. Hun kinderen kregen de Indiase normen, waarden en tradities in de opvoeding mee, zij begrepen die misschien niet altijd, maar respecteerden die wel.

De periode tussen de twee films beslaat 25 jaren. Het was een periode waarin India niet alleen mensen naar het westen heeft zien vertrekken, maar ook regelmatig heeft zien terugkomen voor vakanties, familiebezoeken, huwelijken, en remigratie. Een periode waarin de relatie tussen India en het westen ook enigszins weer herstelde. Hoewel het beeld van de migranten in de films is bijgesteld, is dat niet gebeurd met het beeld dat men heeft van de westerse normen en waarden. Alleen word dit niet meer symbolisch door de karakters tot uitdrukking gebracht, maar door de karakters (hoewel zij er ‘modern’ westers uitzien en steeds vaker Engels spreken) worden benoemd in de films. De Indiase normen, waarden en tradities zijn beter dan die van het westen.

Dilwale Dulhania Lejayenge was een kaskraker, zowel in India als daarbuiten. De filmmakers ontdekten hierdoor een nieuwe doelgroep, namelijk de Indiërs die buiten India wonen (de NRI’s) en de NRI-genre was geboren. In deze films stonden in eerste instanties personages en families centraal die in het westen woonden, maar altijd een sterk verlangen of heimwee hadden naar het land van herkomst. Ze waren ondanks een langdurig en succesvol verblijf in het Westen Indiaas gebleven. Aan het begin van deze eeuw was dit standpunt nog centraal. Tot de film Kal ho na ho (2003) waarin het hele verhaal zich afspeelt zich in Amerika, en waarin voor het eerst niet meer het verlangen naar India werd uitgesproken. Sterker nog, voor een omapersonage is haar India in New York, dat is haar thuis en daarvoor hoeft ze niet naar India. De personages in deze film zijn westers, zoals tot uiting wordt gebracht in hun kleding, hun levensstijl, schoolbezoek en andere plekken buitenshuis. Maar tegelijkertijd zijn ze ook Indiaas, ook weer tot uiting komend in hun kleding (maar dan op huwelijken) en tijdens rituelen.

Dit laatste zien we bij de Hindostanen in Nederland sterk terug. Het verlangen naar India, dat is er niet. Simpelweg omdat de band met India niet door familie- en vriendenrelaties wordt uitgedrukt. Toch is er wel een identificatie met de tradities, de rituelen, de religies, de taal en de kleding. Veel van deze elementen worden onderhouden door de films en erdoor zelfs versterkt. Tegelijkertijd zien we ook dat de oorspronkelijke tradities, rituelen, religie, taal en kleding door de films beïnvloed worden en zelfs nieuwe vormen van cultuur zijn ontstaan. Zo vindt de bidaai plaats onder begeleiding van een bidaainummer (een liedje uit een bollywoodfilm). Een huwelijksfeest is niet compleet als er niet een speciale dansact heeft plaatsgevonden op een liedje (uit een Bollywoodfilm). Steeds vaker wordt tijdens een hindoeïstisch huwelijk de mangalsutre omgedaan (zoals in de bollywoodfilms). Rakshja bandhan is ook een nieuw gebruik en volgens velen afgekeken van de films. Voor het welzijn van de man houdt de vrouw karva chaut en wordt op social media oproepen gedaan om dat met elkaar te doen, van oorsprong een maharastra gebruik en niet bhojpuri. Bhaitakgana muziek (van oorsprong Surinaams plantage muziek) worden beïnvloed door filmliedjes.

In de gemeenschap zijn er naast de veranderde of nieuwe tradities ook invloeden, zoals in de vorm van Bollywooddansscholen, waar kinderen dansjes leren op Bollywoodmuziek en waarvan de dansen zijn afgekeken uit de films. Als verlengstuk hiervan zijn ook de Bollywoodmusicals ontstaan. In deze musicals staat niet zozeer het verhaal of de acteerprestaties van de acteurs centraal, nee, het gaat om de kleding en de sieraden, de muziek en de dansen. Indiase kledingzaken zijn vaak de sponsors van dit gebeuren waardoor de musicals aandoen als modeshows. Ook de beautycontesten binnen de Hindostaanse gemeenschap wordt sterk beïnvloed door de films. Tijdens de voorselecties van dit evenement worden finalisten geselecteerd die voldoen aan de norm van schoonheidsidealen van de Bollywoodfilmindustrie. De invulling van het programma qua dans en muziek en de kleding en sieraden van de deelnemers en alle betrokkenen maken er verder een groot Bollywoodspektakel van.

Ondertussen gaat de ontwikkeling in de Bollywoodindustrie gewoon door. Bollywood films worden steeds vaker gemaakt voor de diaspora, maar tegenwoordig is het centrale thema niet meer de remigratie of de verbondenheid met het land van herkomst, maar films die bijna volledig in karakters, vorm, verhaallijn en titels Hollwoodfilms zijn. Zelfs al speelt de film zich volledig in India af. Zoenscènes zijn geen vreemd verschijnsel meer , Indiase kleding is een zeldzaamheid, de dansen in de films hebben hun klassieke traditionele kunst verloren, de liedjes worden nauwelijks meer ondersteund door Indiase instrumenten. De films doen geforceerd modern westers aan. Maar dat maakt de gemiddelde kijker niet zoveel uit, zolang het maar de aangename menging weerspiegelt van bekende cultuur, fantasie en entertainment.