Column Sebieren Hassenmahomed – Aflevering 31: Geeta: ’s Lands potentiele hoeren

Reacties zijn gesloten

Ik weet niet waar ik ben geboren. We waren thuis met negen kinderen en onze moeder. Mijn moeder handelde op de markt. Omdat ze door haar afwezigheid niet altijd op haar grote dochters kon letten, plaatste ze de twee in een gezin.  Beide  meiden werkten in die huizen, hun pleegouders betaalden de boodschappen voor ons . Mijn oudste broers heb ik niet mee gemaakt net als mijn vader, ik heb geen herinnering aan hen. Thuis zorgde ik voor de kleintjes, ik verdiende ook wat  net als mijn zussen met de vaat en kleding wassen bij de buren. Toen mijn moeder de huur niet kon betalen werden wij in een weeshuis geplaatst, het weeshuis op hun beurt schopte ons op straat omdat mama niet bijdroeg in de kosten. Ik hoorde laatst dat ze om donatie vroegen. Van mij krijgen ze geen cent.

Mama overleed toen ik heel klein was. Ik stond erbij toen ze op het erf viel om  nooit meer op te staan. De herinnering aan dat moment emotioneert mij nu nog. Ik heb nog gezien hoe ze in de kist werd gelegd. In die tijd huurde mijn moeder een klein huisje in de stad tussen  creolen en Javanen op een achtererf, zij waren onze buren ik speelde met de kinderen op het erf. Ik heb nooit familie mee gemaakt. Ik kan nu aan niemand vragen waar ik ben geboren of waar we gewoond hebben. Ik weet niet of mijn moeder zussen en broers heeft gehad.

Na het overlijden van onze moeder weigerde onze vader om voor ons te zorgen.  Wij, piepkleine meiden, waren volgens hem ’s lands  potentiele hoeren, vertelde onze pleegvader ons. Mijn jongste broers gingen naar een pleeggezin ik had geen idee waar ze zaten tot we allemaal volwassen waren met een eigen gezin.  Ik werd toegevoegd bij de pleegouders van mijn zussen. Eindelijk gingen we naar school, helaas waren we alle drie te oud om nog mee te kunnen met leeftijdgenoten. Dat ik vandaag een beetje kan lezen en schrijven heb ik aan dit echtpaar te danken. Ze waren wel streng voor ons, allebei hebben pak slaag gegeven als we niet op tijd thuis waren gekomen. Van school moesten we direct naar huis, we gingen verder nergens om te spelen of voor een feestje. Ik ben desondanks dankbaar dat wij onderdak en voldoende zorg hadden. De pleegvader noemden wij Pieta-djie, geachte vader en de pleegmoeder werd tante genoemd. Hij was advocaat, zij heeft niet buitenshuis gewerkt. Voor de jongste baby van tante heb ik ook  nog met hart en ziel gezorgd. Voor ik naar school ging waste ik zijn poepluiers, na school zorgde ik weer voor hem. De baby was aan mij gehecht en ik was dol op hem.

Toen ik menstrueerde werd ik van school gehaald. Eerst trouwden de twee zussen die ouder dan mij waren. Eentje vertrok direct naar Amerika en liet weinig van zich horen. De ander trouwde op het platteland in een groot gezin met minder aardige  schoonzussen en een lelijke schoonmoeder. De schoonvader was wel leuk. De man was  aardig als we er op visite waren. Ik weet nog dat haar schoonmoeder tijdens ons hele bezoektijd bleef schelden. Ze had er bezwaar tegen dat wij haar vruchten zouden pakken. Stiekem kregen we toch een paar dingen van haar man.

Mijn Zus kookte voor de hele familie toen ze nog bij hen inwoonde, volgens traditie diende ze te wachten tot iedereen gegeten had. Ze vertelde dat er de ene keer iets werd over gelaten voor haar een andere keer helemaal niets. Ze bleef dan zonder eten. Het was zelfs voorgekomen dat ze een handvol houtskool in de pot vond toen ze voor zichzelf wilde opscheppen. Een keer had haar man eten voor haar gehaald omdat ze honger had, dat eten werd door haar schoonmoeder hardhandig afgepakt.

Mijn trouwbeurt diende zich aan; een jongeman had om mijn hand gevraagd bij mijn pleegouders. Hij werkte vlakbij als aannemer en had aan het ouderpaar gezegd dat hij met mij wilde trouwen zodra de twee al waren uitgehuwelijkt. Ik wist helemaal niets, tante meldde mij op een gegeven moment dat ik aan de beurt was. Ze dreigde dat als ik niet zou instemmen ik geen andere keuze had dan in een ver district uitgehuwelijkt worden.

Op mijn zestiende werd ik al de echtgenote van iemand die ik amper kende. Het werd een groot feest met veel gasten, alle clienten en personeel van onze pleegvader waren uitgenodigd. Op de huwelijksdag merkte ik al dat mijn man een alcoholist was. Een  schoonmoeder had ik niet. Die was overleden toen mijn man nog jong was. De vader des huizes heeft in dit gezin wel zelf voor al zijn kinderen gezorgd. Ze waren allemaal lief voor mij met uitzondering van mijn echtgenoot. Voor mijn huwelijk had ik nooit leren koken. In het pleeggezin was een dienst. We mochten de keuken niet eens betreden. Ik deed maar wat bij de nieuwe familie, met de steun van de schoonzussen die mij bleven stimuleren kwam het goed. Toen ik het deeg moest kneden voor roti was het ook nog goed gelukt. Met mijn schoonzussen ben ik een enkele keer naar de film geweest met hem ben ik geen dag uit gegaan. Hij begon mij vanaf het begin zonder reden te slaan. Zijn zussen beschermden mij tot ze trouwden en het huis verlieten. Hij schold iedereen uit, het deerde hem niet als iemand hem corrigeerde of iets wilde uitleggen. De familie begreep zijn gedrag niet, zijn broers en vader waren nette mensen; ze vroegen zich af van wie hij dat gedrag had. Niemand mocht het voor mij opnemen omdat ik geen familie was. Ik stelde niets voor bij hem. Hij verweet mij dat ik een arme sloeber was, een wees met niets. Ik ben flink door hem mishandeld, uitgescholden en vernederd.

Op een gegeven moment meldde mijn zus dat onze biologische vader na een hersenbloeding in het ziekenhuis was opgenomen. Ik ben erheen gegaan heb hem nog voedsel toegediend. Na dat ene bezoek verbood mijn man mij na een flink pak slaag om nooit meer contact te maken omdat mijn vader mij nooit verzorgd had. Ik ben toen heel verdrietig geweest, heb echt veel om mijn vader gehuild.

Op zijn ziekbed heb ik onze vader niets verteld over mijn slechte situatie. Ik besprak de mishandeling wel met mijn ene zus als ik af en toe bij haar op bezoek was. Zij en haar man kwamen mij ook opzoeken hetgeen weer aanleiding was voor verwijten en pak slaag. Ik mocht mijn familie geen bordje eten aanbieden terwijl zij altijd een doks slachtten als ik er op bezoek was. Ik ben een keer naar mijn zus verhuisd. Hij kwam mij ophalen, begon mij te betichten dat ik mij in huis verstopt had met een andere man. Ik vond het ook geen optie om langer bij een zus en zwager te blijven. Tante wilde niet bemoeien toen ik een keer naar haar was terug gegaan. Toen mijn man zijn beklag had gedaan bij mijn oudste broer liet deze mij een wapen zien voor het geval ik niet van plan was om te doen wat mijn man wenste. Een broer die nooit naar ons had omgekeken terwijl hij het materieel goed had. Ik was diep teleurgesteld in hem. Van alle kanten had ik begrepen dat ik in dat huwelijk had te blijven. Grootouders en andere familie herinner ik mij niet. Misschien heb ik ze ooit met mijn moeder gezien toen ik heel klein was.

Inmiddels hadden we kinderen gekregen. Voor hun kleding,eten en schoolgeld ging ik maar liefst op drie adressen werken. Ondanks mijn man mooie huizen neerzette en bekend was als een goede aannemer kwam hij chronisch geld tekort. Hij leende zowel bij zijn zussen als bij mij. Ik vertrouwde hem als hij zei dat hij het spoedig zou terug geven. Het kwam voor dat ik het schoolgeld voor de kinderen aan hem kwijt was. Hij was ook nog gokverslaafd naast de alcoholverslaving. Mijn sieraden die ik van tante had gekregen en die van de “moe deekhaai”, welkomst ceremonie  bij schoonfamilie, had hij naar het pandhuis gebracht, met de belofte dat hij ze zou terughalen zodra hij geld zou winnen.

Op een goede dag stelde hij mij voor om met zijn vrienden naar bed te gaan opdat hij geld kon vangen. Ik weigerde waarop ik van de trap naar beneden werd geschopt met botbreuken tot gevolg. Hij schopte met de schoenen aan. Ook sloeg hij met de vuist midden op mijn mond. Soms wikkelde hij mijn haar in zijn hand om mij dan door de huiskamer te slepen. Ik liep met opgezwollen ogen en lippen naar het werk. Als ik van huis ging kwam hij mij soms achterna, kon precies zeggen waar ik was geweest. Verwijten dat ik een bedelaar was, waren aan de orde van de dag. Hij vroeg dringend waarom ik geen vergif kon nemen aangezien hij mij niet meer moest. Op een dag heb ik de hele voorraad slaappillen geslikt. De dokter kwam aan huis toen  ik langer dan normaal bleef slapen. Ik werd wakker zonder dat er iets met mij was gebeurd . Hij merkte verwijtend en agressief op waarom ik niet kapot was gegaan. De man wist dat ik niemand had, ik kon ook nergens opvang krijgen. Een keer ben ik naar de politie gestapt, deze spraken met hem en beloofden mij dat hij niet meer zou slaan. Al op de terugweg kreeg ik klappen omdat ik hem te schande had gemaakt volgens hem.

Na tien jaar huwelijk besloot hij om van mij te scheiden. Hij zette mij onder druk om bij de rechter te verklaren dat wij niets bezaten. Als ik het zou wagen om iets te eisen zou hij mij vermoorden. Er werd een plan gemaakt voor vertrek naar Nederland. Ik ging met de jongste kinderen naar zijn Zus in Zwolle, hij zou later volgen met ons oudste dochter. Echter hij kwam zonder het kind om mij te pesten, die dochter is nog steeds in Suriname.

In Nederland leerde ik kort na aankomst een aardige man kennen bij wie ik ging samenwonen, we kregen een dochter. Het ging een hele poos goed. Poeslief stelde hij voor dat ik mijn geld thuis zou bewaren opdat de instanties niet hoefden te weten hoeveel ik gespaard had. Ik had alle vertrouwen in hem tot hij er met het geld verdween. Ik wil je de mishandeling in deze relatie besparen zoals mij op de koude gang laten slapen. De school liet mij roepen vanwege het gedrag van mijn dochter die verteld had dat ze zich regelmatig uit angst onder het bed verstopte. Ook de buurvrouw pal onder ons ving mijn gegil soms op vertelde ze mij.

Deze  buurvrouw vond het te lang duren voor mijn werk en verblijfsvergunning .  Ze ging  met mij mee naar de Instanties. Op het kantoor werd ons gemeld dat er al verschillende documenten waren gestuurd. Het werd mij duidelijk dat deze man mij afhankelijk wilde houden. ik vertrouwde hem niet meer.

Met behulp van de lieve buurvrouw lukte het mij om mijn papieren in orde te krijgen. Ik vind dat mensen hun ellende niet geheim moeten houden, ik schaam mij ook niet ervoor. Het is mij uit het niets overkomen terwijl ik nooit van zo’n trieste situatie als de mijne had gehoord.

Toen zowel de school als de buurvrouw voor mij de weg voor een oplossing van de problemen gezocht hadden heb ik mijn beide kinderen gepakt en ben naar een Vrouwen opvang gegaan. In Zwolle helpen de mensen elkaar goed, mijn weinige spullen liet ik bij de buurvrouw staan.  Eindelijk had ik een keer eigen ruimte in een grote pand. We hadden zelfs een eigen koelkast en televisie tot onze beschikking. Het Maatschappelijk Werk zorgde voor huisvesting, ik ging onmiddellijk aan het werk met een vast contract. Toen ik plaats moest maken voor nieuwbouw heb ik een eigen huis gekocht. Nu leef ik er als een Prinses.

Het spijt mij vandaag op mijn bijna zestigste jaar wel dat ik niet voldoende kennis bezit om mijn zaken zelf te regelen. Als kind heb ik nooit dromen gekoesterd  voor later.  Momenteel zie ik met uitzondering van mijn eigen kinderen amper familie. Ik doe ook geen moeite. Mijn liefste Zus is in Suriname op 40 jarige leeftijd overleden, haar kinderen zijn bij familie opgevangen. Met de rest was ik niet gehecht waardoor er ook geen warme band is ontstaan. Sporadisch hoor ik iets. Sinds ik geleerd heb om ook in nood mijn eigen boontjes te doppen mis ik in goede tijden ook geen familie meer. Mijn Zus in Amerika is absoluut niet aardig; zij keek neer op mij. Van haar hoefde ik niet voor een beter leven naar Nederland te komen.

Op een gegeven moment werd ik afgekeurd vanwege pijnen aan het lichaam. Aan de arts heb ik eerlijk gezegd dat ik veel geschopt en geslagen was.

Ik heb al een paar kleinkinderen. De jongste woont zelfstandig omdat ze het wil. Ik  heb als hobby gewicht heffen hetgeen ik wekelijks doe. Met mijn zus in Amerika heb ik amper contact. Specialiteiten als “persaad” heb ik nooit leren maken. Over het geloof is mij ook nooit iets bijgebracht.