Column Bris Mahabier – Aflevering 15: Roshni, een moderne Sarnámi toneelgroep in Rahemalboiti*

De toneelgroep Roshni staat onder de bezielende leiding van de lerares Shanti Matai. Zij timmert op toneelgebied – zeer verdienstelijk – al twee decennia aan de (Rahemal)weg. Shanti coördineert de groepsactiviteiten en zij zorgt voor een basisscript voor een nieuw toneelstuk. Het is opmerkelijk, dat deze groep zeker voor de helft uit jongeren – scholieren en studenten – bestaat. In alle 61 eenakters van Roshi, die deel uitmaken van de serie Hasti Masti (zie op YouTube), wordt consequent gebruik gemaakt van het eenvoudige Sarnámi, onze moedertaal. Niet alleen de taal, maar ook de gekozen onderwerpen zijn door en door Surinaams. Alles is van eigen culturele bodem! De onderwerpen hebben veel te maken met sociaal-culturele verandering. Dit artikel beoogt een geschreven portret van Roshni, beter bekend als de toneelgroep Hasti Masti, te geven. Er wordt aandacht besteedt aan onder anderen de groepsleiding, de spelers, de missie, het taalgebruik, de gekozen onderwerpen en enkele titels van afleveringen uit de serie Hasti Masti.

1 Het Sarnámi, een ondergewaardeerde Surinaamse moedertaal

Het Sarnámi is grotendeels op de Surinaamse plantages, waar de Hindoestaanse contractarbeiders werkzaam waren, tussen 1873 en 1920 (?) ontstaan. De woordenschat van het Sarnámi is hoofdzakelijk afkomstig van het Bhojpuri en het Avadhi, waarin ook honderden woorden van Turks, Perzische en Arabische origine geïntegreerd zijn. De grammatica van het Sarnámi verschilt in vele opzichten van die van deze talen en vooral van het Hindi. Langzamerhand is de vocabulaire van het Sarnámi verrijkt met woorden uit het Sranantongo en het Surinaams-Nederlands (zie op internet De talen van Suriname 1983).
Het Sarnámi werd en wordt vooral door Surinaamse Hindoestanen zelf miskend en ondergewaardeerd. Het zijn bepaalde groepen van Hindoestanen die neerkijken op hun moedertaal! Dit negatieve aspect van de Surinaamse taalsituatie is ‘uniek’. Het Sranantongo heeft dezelfde ontwikkeling moeten ondergaan. Gelukkig is er, vooral in Suriname, hier en daar een gunstige en bemoedigende verandering inzake het gebruik van het Sarnámi waarneembaar. Bij de toneelgroep Roshni (aan de Rahemalweg in Wanica) is er zeker sprake van een ommekeer: al tientallen jaren geleden koos men voor het Sarnámi in alle toneelstukken en -rollen. Wij, Sarnámisten in Nederland, juichen deze ontwikkeling van harte toe.

De huidige Sarnámibeweging, grotendeels voortgekomen uit het voormalige Kollektief Jumpa Rajguru in Den Haag (zie www. kollektiefjumparajguru.nl), streeft nog altijd onvermoeibaar naar de emancipatie van het Sarnámi. In dit kader dienen enkele pioniers genoemd te worden: Jit Narain (D. Baldewsingh, huisarts, zie Wikipedia), Moti R. Marhé (gepensioneerde Neerlandicus, zie Wikipedia), Theo Damsteegt (gepensioneerde indoloog, universitaire docent, zie Wikipedia), Rabin S. Baldewsingh (Haagse wethouder, zie Wikipedia), Jnan H. Adhin (+) en Jan Soebhag genoemd te worden.
Het was verbazingwekkend, dit geldt zeker voor mij, dat op de tweedaagse conferentie over het Sarnámi op de Anton de Kom Universiteit van Suriname (Adek) de zanger, die op vrijdagavond 4 mei 2017, opfleurend en onderhoudend optrad, enkele keren zonder enige aarzeling beweerde, dat hij en zijn pupillen liedjes in het Bhojpuri ten gehore brachten. Slechts één jonge zanger zong een Bhojpuri-liedje. Deze populaire zanger blijft het Sarnámi, zijn moedertaal, halsstarrig Bhojpuri noemen. Kortweg: geen erkenning, maar een openlijke miskenning van het eigene! Nota bene op een conferentie om het Sarnámi te promoten. Op de tweede dag van de conferentie liet een inleider midden in zijn verhaal onverwacht een ‘dichter-grondverkavelaar’ optreden, die een kleine bundel gedichten voor zijn familie en vrienden heeft gepubliceerd. Halverwege in zijn voordracht brak deze dichter met veel verve een lans voor het behoud van het … Hindi. Hij repte met geen woord over het Sarnámi. Enkele culturele strijders van weleer keken vertwijfeld toe en besloten maar te zwegen…

2. Pleidooi voor meer waardering voor gebruikers van het Sarnámi

Door de publicatie van vele wetenschappelijke en populairwetenschappelijke artikelen, universitaire afstudeerscripties, leerboeken, dvd’s, een twintigtal dichtbundels, twee novelles, twee woordenboeken en twee verhalenbundels hebben Sarnámisten gepoogd om aan te tonen, dat het Sarnámi een taal is met een eigen grammatica, geschiedenis en dat die taal ook literair aangewend kan worden. Alle lof voor wat deze beweging, voornamelijk met eigen middelen en in eigen vrije tijd, heeft kunnen presteren en bereiken. De wetenschappelijke ondersteuning in de vorm van vele studiedagen, seminars, congressen, afstudeerscripties en publicaties zijn zeker waardevol en onontbeerlijk. Die vormen samen een deel van de werkelijkheid. Een ander essentieel deel van de werkelijkheid zijn de sprekers van het Sarnámi, inclusief de vele amateur-kunstenaars: baithak gáná-zangers, toneelschrijvers en –spelers, die bewust van het Sarnámi, hun moedertaal, gebruik maken, zijn minstens even belangrijk. Dit deel van het Sarnámiveld heeft alle recht op zichtbare interesse en openlijk uitgesproken waardering van exponenten van de Sarnámibeweging. Zij zijn de dragers van het Sarnámi. Het zijn deze mensen die hun moedertaal vitaliseren door het actief te gebruiken. Niet alleen in het dagelijkse leven, maar ook op bijzondere dagen, zoals (familie)feesten in grote zalen en op podia van theaters en verenigingsgebouwen. Dit mondelinge taalgebruik kan en moet als een concreet element van taalemancipatie worden beschouw.

3. Zelfkritiek van een Sarnámist

Een punt van zelfkritiek is, dat de vlijtige en strijdbare trekkers van de Sarnámibeweging tot nu toe onvoldoende aandacht aan het Sarnámi in het veld, d.w.z. aan de gebruikers van deze taal in de boiti’s en polders in Suriname, hebben besteed. Immers, baithak gánázangers, liedjesschrijvers, toneelgroepen, zangers van moderne bands en reclametekstenmakers dragen beslist bij aan de zeer wenselijk geachte emancipatie van het Sarnámi. Zij staan in interactie met het publiek en zij bereiken de jongeren, maar ook de ouderen het best. Het gaat niet alleen om het amusement, dat goed tot zijn recht komt door het gebruik van deze volkstaal, maar ook om een educatief effect. De toeschouwers en de tv-kijkers genieten meer van de inhoud dan bij het gebruik van het hoogontwikkelde Hindi als podiumtaal. Zij worden op een directe manier geraakt, ontroerd door de liedjes, mimiek, uitroepen, mono- en dialogen in het Sarnámi, dat hun omgangstaal is. Een bijkomend voordeel is, dat de Hindoestaanse Surinamers vertrouwd raken met het ‘podiale’ gebruik van hun Surinaamse moedertaal. Eindelijk, niet alleen nátaks (toneelstukken) overwegend in het Hindi, zoals die van Ramdew Raghoebier en Gurudath Kallasingh vanaf de jaren zestig, maar ook in het hen vertrouwde Sarnámi.

Met dit artikel wordt een poging gedaan om aan een klein deel van het veld, verenigd in de toneelgroep Roshni c.q. Hasti Masti onder leiding van mevrouw Shanti Matai aan de Rahemalweg in Wanica (in Suriname), aandacht te besteden. Van mijn kant is dit een eerste stap. Er zijn twee groepen die vanuit deze boiti en omstreken opereren, die van Shanti Matai en de Jongerenvereniging Rahemalweg van de heren Jitender Ladi en Pradeep Doda. De laatst genoemde heeft thans een eigen toneelgroep. De heren Ladi en Doda zijn jarenlang lid van Hasti Masti geweest. Ter voorkoming van misverstanden dient er vermeld te worden, dat niet alle spelers van Hasti Masti in de Rahemalboiti wonen. Een nieuwe Sarnámitoneelgroep staat onder leiding van Anand Ramsandjhal (zie YouTube). Er zijn anno 2018 verschillende groepen die in hun toneelstukken het Sarnámi als communicatiemiddel gebruiken. Deze ontwikkeling is gunstig. Immers, gezonde concurrentie kan tot verbetering van de toneelkwaliteit leiden. En het betekent ook een ietwat verlate waardering van onze moedertaal.
Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat ik veel sympathie koester voor de groep van Matai, niet alleen om hun taalgebruik en themakeuze, maar evenzeer speelt het streeksentiment een rol bij mij. Desondanks hoop ik dat deze beschrijving objectief is. Ook de andere Sarnámi toneelgroepen uit de omstreken van Magentaweg (Kofroláboiti) verdienen aandacht, vooral van Sarnámisten. Een woord van waardering aan het adres van het televisiestation Trishul is hier zeker op zijn plaats. Dit station heeft alle afleveringen van Hasti Masti uitgezonden. Hierdoor heeft Trishul, die overwegend in het Hindi uitzendt, een bijdrage geleverd aan de acceptatie van het Sarnámi als podiumtaal.

4. Shanti Mati, leidster van Hasti Masti

De toneelgroep Roshni heeft geen bestuur. De energieke mevrouw Shanti Matai heeft de leiding over deze groep. Zij woont aan de Rahemalweg in het district Wanica. Shanti is lerares Spaans op de openbare muloschool van Houttuin, ook in Wanica. Zij is als hoofdonderwijzeres afgestudeerd aan het Algemeen Pedagogisch Instituut (API), bezit de akte Spaans MO-A en zit nu in de laatste fase van haar bachelorstudie maatschappelijk werk. Shanti neemt de initiatieven, coördineert de activiteiten van deze groep en zorgt ook, zoals eerder vermeld, voor een beginscript. Toneelspelen zit Shanti in het bloed. Reeds op haar dertiende vervulde zij met veel verve een rol in een religieus getint toneelstuk van Goeroepersad Nirandjan in de mandir (hindoetempel) van haar boiti. In alle 61 stukken van Roshni wordt consequent het ‘moderne’ Sarnámi gebruikt, waarbij er herhaaldelijk ‘code switching’ plaats vindt. Shanti vertelde, dat de ondubbelzinnige keuze voor het Sarnámi voor haar een principekwestie is. In de dialogen wordt er hier en daar soepel overgegaan op het Surinaams-Nederlands of het Sranantongo. Het gebruik van woorden uit deze twee talen wordt niet geweerd. Mevrouw Shanti Matai koos bewust voor het Sarnámi, een taal met een lage sociale status. Zij wilde niet alleen haar moedertaal ‘promoten, maar tegelijkertijd ook een groot publiek bereiken’. De andere groepsleden gingen met haar taalkeuze akkoord. De keuze van het Sarnámi is opmerkelijk, want sinds het begin van de jaren zestig werd in Rahemalboiti het Hindi, bijvoorbeeld door wijlen Ramdew Raghoebier en Goeroepersad Nirandjan (+), gepropageerd. Anand Rewat assisteerde als student enige tijd en incidenteel in zijn boiti Ramdew Raghoebier bij het verzorgen van een Hindicursus.

5. Toneelgroep Roshi: een mix van jong en oud.

De informele toneelgroep Roshni is ongeveer 20 jaar succesvol actief. Roshni bestaat uit enkele spelers van in de veertig en een klein aantal toegewijde jongeren: vwo- en mbo-scholieren; allen autodidactische amateurs. Geen enkel lid van de groep heeft een professionele toneelopleiding gevolgd. Shanti Matai is vanaf 1999 actief. Elk jaar schrijft ze enkele stukken.
Tot de huidige vaste acteursgroep van Hasti Masti (zie foto) behoren: Shanti Matai (mulolerares en studente), Rakesh Meghoe, Shiwam Jagdat (vwo-scholier), Sabrina Lawrens (mbo-scholier), Karan Basant (mbo-scholier) en Shiva Chinkoe (vwo-docent). Jaren geleden speelden ook Urmila Janbahadoer, Akash Mathoera, Ameet Choennie, Prawesh Mathoera en Wiren Spee verdienstelijke rollen in de eerste tientallen afleveringen van de serie Hasti Masti. Zij zijn thans geen lid meer van Roshni.

6. Doel en missie

Shanti heeft een visie op de Surinaams Hindoestaanse cultuur in verandering en een missie. Haar ervaringskennis, leraarschap en haar studie sociaal-culturele studie zijn zeker van invloed op haar maatschappijvisie. Ook hierin wordt zij door de hele spelersgroep gesteund en hier en daar aangevuld. Er is niet alleen een goede onderlinge samenwerking, maar er is eveneens sprake van een wederzijdse beïnvloeding. Natuurlijk gaat het bij de acteurs vooral om het amusement, het plezier dat zij beleven, maar ook om het eer, het aanzien en de bekendheid die verworven wordt.
In elke aflevering van de serie Hasti Masti zit er een sociaal-culturele boodschap, die aan het slot van elke eenakter expliciet wordt verwoord. De inhoud van elk stuk is een illustratie, een concretisering van hun missie. In aflevering 15 Maa ki Mamta (2012, deze titel is in het Hindi) wordt er aan het slot door de moeder tegen haar getrouwde dochter, die bij haar inwoont, het volgende gezegd. ’’Sun bitiyá Champa. … Já tu ab ápan sasurár. Tu huwá bitiyá ner rahiye. Okar dil bahut rowe hai. … Aur u sabhan ke ápan mái-báp samajhiye. Aur chotá-chotá bát pe hamme tu ná bèl karihe. (Luister mijn dochter Campá. … Trek nu bij jouw schoonouders in. Jij moet je daar (bij jouw schoonouders) als hun dochter gedragen. Hij (de echtgenoot van Campá die bij zijn schoonmoeder inwoont) heeft veel verdriet omdat hij zijn ouders mist. Je moet hen, jouw schoonouders, als je moeder en vader zien. En om kleinigheden moet je mij niet opbellen.)

7. De serie Hasti Masti

Het Hindi-woordje hasti heeft verschillende betekenissen, zoals het vermogen om te begrijpen, wezen, olifant en top. Het woordje masti betekent matwálá, nasá = plezier, humor. Hasti masti betekent reuzeplezierig. En daar gaat het eigenlijk om in deze komische eenakters met een moraliserend slotwoord.
Elk stuk (eenakter), is opgebouwd uit verschillende scenes die zich meestal in een woonkamer, aanbouw, garage en/of tuin van een der acteurs of anderen afspelen. Soms wordt een rustige straat als speellocatie gekozen. De kleding van de acteurs behoort meestal tot de categorie casuals. Een enkele keer is er sprake van schminkgebruik en vermomming, bijvoorbeeld in de aflevering Golmál Bába. Er zou o.a. aan de inrichting van een spreekkamer- of een kantoor meer aandacht besteed kunnen worden om de werkelijkheid beter te benaderen. De scènes spelen zich in een alledaagse culturele, half-agrarische boiti-setting af. Geen één keer is er gestreefd om de plaats van handeling: een tuin, een erf, een autogarage, een keuken, een aanbouw (tenti), een kippenhok, een slaapkamer of de voorzaal (woonkamer) mooier of netter te maken voor de opnames. Hetzelfde geldt ook voor de gebruikte meubels (meestal terrasstoelen) en gereedschappen. De entourage heeft iets weg van culturele puurheid. Er is geen sprake van enscenering. De materiële werkelijkheid is zo herkenbaar voor het ‘gewone’ publiek. Kennelijk ligt in die herkenbaarheid, maar ook qua thema- en taalkeuze, de grote kracht van Hasti Masti.
De verschillende delen van de serie Hasti Masti van Roshi zijn op dvd’s met medewerking van Trishul Broadcasting Network van Kenneth Rambali tot stand gekomen en uitgezonden door het televisiestation Trishul. In 2013 begon de regelmatige productie van deze serie. De cameraman moest wel betaald worden. Radio- en televisiestation Trishul zorgde hiervoor. Wegens gebrek aan financiële middelen werd de productie in de tweede helft van 2017 stopgezet. Intussen heeft deze groep de draad weer opgepakt.

8 De spelling van het Sarnámi

Een punt van kritiek is, dat voor de transcriptie niet de officiële spelling van het Sarnámi wordt gebruikt. Shanti vertelde, dat zij niet wist, dat er een officiële spelling van het Sarnámi bestond. Ook zei ze, dat geen enkele Sarnámist vóór mei 2017 contact met haar toneelgroep heeft gezocht. Het eerste contact dateert van mei 2017. Dit ging over een afspraak om op de Sarnámiconferentie op te treden. De officiële spelling van het Sarnámi bestaat al sinds 1986. Deze spelling wordt door dichters en door Jan Soebhag van het digitale kwartaalblad Bhásá consequent gebruikt. Hier wordt volstaan met slechts enkele voorbeelden van onjuiste spelling van Sarnámiwoorden. Doksa Chor is onjuist gespeld. De juiste transcriptie is Doksá cor en Golmál bábá in plaats van Golmaal baba. De titels van enkele afleveringen zijn in het Hindi geformuleerd, terwijl het ongekunstelde Sarnámi de gebruikte taal is. Ek hi bhool in plaats van Ek bhul. Dit is niet consequent en verwarrend. Een mooie titel in het Sarnámi van een aflevering is Pelai gaili re.

9. Voorbeelden van afleveringen en behandelde thema’s

Shanti Matai vertelde in een vraaggesprek in januari van dit jaar, dat het haar om verschillende doelen gaat, zoals amusement, voorlichting, cultuurbeleving en –behoud, evenzeer het behoud van haar moedertaal. De onderwerpen die zij kiest, zijn niet-religieus en ook niet-politiek van aard. Nu volgt een onvolledig overzicht van onderwerpen die tot nu toe aan de orde zijn gesteld: armoede, verkrachting, man-vrouwrelatie, liefde, rouwverwerking, gezinsproblemen (ghar ke probleem) gerelateerd aan een inwonende schoonzoon, drugverslaving, drankmisbruik (aflevering Dáru ke madja), kredietneming en woekerrente, kinderloosheid, jaloezie (aflevering Aulad pe ghamand), zelfmoord, vereenzaming, corruptie, zwarte magie (aflevering 10 Golmaal baba), baarmoederhalskanker, zelfmoord, vriendschap, verwennerij en nog veel meer.
Verschillende afleveringen van Hasti Masti zijn op YouTube gezet. Sommige afleveringen zijn in het Nederlands ondertiteld. Misschien is door het lezen van dit stuk uw interesse geprikkeld. Maak gebruik van het internet. Bekijk enkele afleveringen van Hasti Masti. Veel kijk- en luisterplezier.

 

Literatuur voor geïnteresseerden in het Sarnámi

Rabin S. Baldewsingh, Naushad Boedhoe en Bris Mahabier (redactie, 2017), Sarnámi, een kleine taal met een grote opgave. Uitgeverij Surinen Den Haag.
Eddy Charry, Geert Koevoed en Pieter Muysken (red.) 1983. De talen van Suriname. Dick Coutinho Muiderberg. In dit boek staan twee belangrijke artikelen van de hand van Sita Kishna en Moti Marhé; zie: www.dbnl.org, tekst’.
Theo Damsteegt 1990. De Sarnámi-beweging, www.dbnl.org, tekst.
Michiel van Kempen… De geschiedenis van de Surinaamse literatuur, www.dbnl.org, tekst.
Motilal R. Marhé 1983. Waarom toch die emancipatie van het Sarnámi. Zie De talen van Suriname.
Ramdew Raghoebier 1987. Sanskriti ki Baten. Ministerie van Onderwijs, wetenschappen en Cultuur, afdeling Cultuurstudies, Paramaribo.

* Dit artikel draag ik op aan mijn nicht Renoe Lachminarainsing-Raghoebier, die in haar tienerjaren graag toneel wilde spelen.
* Rahemal was een Brits-Indische immigrant, een kalkattihá. Hij woonde aan het begin van de oude Párápási (Indira Gandhiweg, de huidige Goede Verwachting). Rahemal was rijstverbouwer, veeteler, grootgrondbezitter, handelaar en industrieel (eigenaar van rijstpelmolens, een houtzagerij en een houthandel). Deze ex-contractant was wellicht de rijkste Hindoestaan van Wanica, maar in de laatste decennia van zijn leven stond de heer Rahemal bekend als een zuinige en opvallend eenvoudig geklede man.

3 gedachten over “Column Bris Mahabier – Aflevering 15: Roshni, een moderne Sarnámi toneelgroep in Rahemalboiti*

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *