Column Bris Mahabier – Aflevering 13: Zijn wij ‘laffe, vluchtende’ Hindoestanen met een ‘krabbenmentalteit’?

Niet alleen in mijn gepensioneerde levensfase, de moderne versie van de traditionele vánaprastha van de hindoes, maar ook vroeger, toen ik 41 jaar economisch actief was, woonde ik – ondanks de grote werkdruk, het bijwonen van politieke bijeenkomsten, de dagelijkse huishoudelijke beslommeringen, vrienden- en familieverplichtingen – zoveel mogelijk Hindoestaanse culturele manifestaties, zoals Holivieringen, immigratieherdenkingen, Divali-optochten en vrouwendagen, maar ook studie- en discussiebijeenkomsten bij. Het is thans, zeker voor mij als een pensionado vanzelfsprekend, dat ik deze lijn zo goed mogelijk voortzet. Nee, mijn leven is nog niet geheel uitgeblust. Ook voor mij geldt in beginsel, dat ik niet te oud ben om nieuwe kennis op te doen. De aangeleerde kennishonger is blijvend en motiveert mij elke dag opnieuw tot meer.

Lees verder

Column Bris Mahabier – Aflevering 12: M.K. Gandhi: (g)een Mahátmá voor shudra’s, dálits en ádivasi’s?

Twee oktober komt dichterbij. Exponenten uit de Hindoestaanse upper-middle-class in Den Haag zijn wederom bezig veel vrije tijd, energie en geld te steken in de organisatie van de herdenking van de geboortedag van M. K. Gandhi, hun Mahátma. Dit gebeurt al een aantal jaren. In de maand oktober van dit jaar willen deze promotoren van de Indiase cultuur en historie ook een Gandhi-‘walk’ en een ‘Bhoedjel Bhaat Event’ in Den Haag organiseren. (Jammer, dat vele Sarnámiwoorden nog altijd fout gespeld worden. De juiste schrijfwijze is bhujal bhát.) Meestal is alles gratis, ook de toegang, zoals gebruikelijk op onze herdenkingsbijeenkomsten. Tot het feestende publiek behoren ook ‘gewone’ Hindoestanen; mensen uit de lage inkomensgroepering. Je kan weer in je nieuwste sári gekleed uitgaan. Immers, de feestzaal moet voor een gezellige sfeer goed bevolkt zijn. Feestelijk samenzijn betekent altijd gezelligheid met familie en vrienden. De cliché toespraken van de culturele ‘bobo’s’ ietsje minder, maar die ‘bhásens’ bederven de pret van de aanwezigen niet: velen praten rustig door. De vette bará zal er niet ontbreken, koffie, thee, jus d’órange en muzikale omlijsting evenmin. Gratis betekent in dit geval: betaald door de gemeente of andere subsidiënten. Zal er ook baithak gáná zijn? Nee, toch. Dat is voor de boiti Hindoestanen, vinden velen. Maar opvallend is, dat juist een deel van de Hindoestanen met een boiti-achtergrond niet gecharmeerd is van onze baithak gáná, een typisch Caribisch zanggenre. Op deze herdenkingsbijeenkomsten worden er liedjes van Indiase zangers nagezongen, waarin bewieroking van Gandhi plaatsvindt, zoals ‘Suno suno ai duniya wálo’ van Mohammed Ravi (+). Een cultureel lichtpunt is er: op de Bhujal Bhát Event op 23 oktober zullen er ook bhaik gáná zangers optreden.

Lees verder

Column Bris Mahabier – Aflevering 11: Leenwoorden in het Sarnámi en in het Hindi

Niet het Hindi, maar het Sarnámi is de moedertaal van de meeste Surinaamse Hindoestanen en Hindoestaanse Nederlanders. Vooral árya samáji geleerden uit India, maar ook pandits en parcáraks van eigen bodem hielden de kalkattihá’s of kantráki’s, hun kinderen en kleinkinderen voor, dat het Hindi hun moedertaal was en dat ze moreel verplicht waren om deze taal te behouden en te cultiveren. Medewerkers van het Indian Cultural Centre (ICC) maken van elke gelegenheid, die hen geboden wordt, gebruik om nog altijd dit te doen. Deze taalpolitieke opvatting van het ICC is vooral voor sarnámisten niet acceptabel. Op deze manier wordt er onder de Hindoestaanse Surinamers bewust verwarring veroorzaakt. Blijkbaar heeft ICC van zijn eigen geschiedenis niet veel geleerd. In de jaren tachtig deed dr. Kamta Kamlesh in ‘de Ware Tijd’ ontactische en ongegronde taaluitspraken die vooral Surinaamse sarnámisten, o.a. Mustafa Nabibaks, in het verkeerde keelgat schoten. Hij klom in de pen en haalde flink uit naar deze Indiër. Het gevolg was, dat deze medewerker het Surinaamse veld moest ruimen: enkele maanden later werd Kamlesh door de centrale Indiase regering in New Delhi teruggeroepen.

Lees verder

Column Bris Mahabier – Aflevering 10: Dag der vrijheden, Mansipasi of Keti Koti

Ik ben geen bewonderaar van poëzie, maar er zijn bepaalde gedichten, dichtbundels en romans uit de Surinaamse literatuur waar je, ook al ben je een leek op het literaire vlak, onmogelijk omheen kan. Zonder het werk van alle andere dichters en schrijvers tekort te willen doen. Het bovenstaande gedicht, waarvan ik het middendeel heb weggelaten, koester ik langer dan vier decennia. De historische inhoud, de religieuze vraagstelling en de opgeroepen sfeer maakten al bij de eerste lezing diepe indruk op me. Toen had ik nog geen Nederlandse vertaling bij de hand. Die kreeg ik later onder ogen. Het was alsof ik meegezogen werd en mij gewillig liet meevoeren naar een oude kerk van de Evangelische Broedergemeente in Paramaribo, om op een van de oude bruine houten banken plaats te nemen om de woorden die Trefossa vanuit de zaal uitsprak, zijn vraagstelling moreel te onderstrepen.

Lees verder

Column Bris Mahabier – Aflevering 9: 5 juni 2017: Apan ájá aur sab kalkatihan ke yád men

1. De kalkatihá’s emigreerden met de hoop op terugkeer
Kalkatiha’s, zo werden in Suriname de Brits-Indische contractarbeiders door hun kinderen, de Hindoestanen van de tweede en de derde generatie, genoemd. Immers, de emigranten waren uit de havenstad Calcutta vertrokken, vandaar deze benaming. 80% van de Hindoestaanse contactarbeiders kwam uit Uttar Pradesh. Rabin S. Baldewsingh, de Haagse motor van de huidige Sarnámibeweging, heeft dit in zijn dichtbundel Parwási (2013) treffend onder woorden gebracht:
Dhire-dhire bichural des-palwár
Kalkatta ke dipu se bhail báp-dadan ke des tyag
Aur ehin se suru bhail sabhan ke nawá itihás.

Lees verder

Column Bris Mahabier – Aflevering 8: Had Krishna een geweldloze visie?

1 Voorkeur voor crematie
In de hindoecultuur geeft men de voorkeur aan het cremeren van doden. De antyeshti sanskár is de 16e en de laatste van de sanskárs, waarmee het leven van een individu afgesloten wordt. Crematie is in de Dharmashastra van Manu Maháráj, een klassiek boek van préchristelijke oorsprong, met bindende regels voor het leven van een hindoe, beschreven. Begraven van het stoffelijk overschot is in bijzondere situaties wel toegestaan. In Suriname zijn vooral árya samáji hindoes voorstanders van crematie, alhoewel rishi Dayanand Saraswati het begraven van kinderlijkjes niet verboden heeft. Uit eigen ervaring weet ik, dat er onder hindoes in Suriname geen of weinig behoefte is aan verzorging en conservering van graven van familieleden.

Lees verder

Column Bris Mahabier – Aflevering 7: Enkele sociaal-historische facetten van het Sarnámi, een terug- en een vooruitblik

1 Enkele opmerkingen vooraf

In mijn lezing op dit driedaagse seminar over het Sarnámi gaat het niet alleen om een aantal sociolinguïstische ontwikkelingen van vroeger en nu, maar ook om de mogelijke samenhang tussen bepaalde feiten en verschijnselen. Het is niet uitgesloten, dat ik in bepaalde fragmenten beschouwend zal zijn, dan zal het ook, of vooral, gaan om mijn subjectieve opvattingen inzake het Sarnámi, onze moedertaal. Ter voorkoming van mogelijke misvatting, stel ik vooraf, dat ik geen taalkundige ben en daarom – een mij passende – bescheiden wetenschappelijke pretentie heb. Dat ik achter deze katheder mag staan, is een gevolg van de uitdrukkelijke wens van wethouder Rabin S. Baldewsingh, in literair opzicht de productiefste Sarnámist in Nederland en Suriname. Zeker in kwantitatief opzicht. Ik hoop, dat ik het vertrouwen dat Rabin in mij heeft gesteld, niet zal beschamen, maar daarover zult u na de discussie kunnen oordelen.

Lees verder

Column Bris Mahabier – Aflevering 6: Kanttekeningen bij enkele canonieke opvattingen van árya samáji hindoes

De weinige pandits ( hoogopgeleide geestelijken, geleerden), het leeuwendeel van de talrijke karamkándi’s: uitvoerders van sanskárs (= overgangsrituelen) die zich pandits noemen, en oudere árya samáji hindoes hebben nog altijd een grote, soms overdreven bewondering voor Satyarth Prakash (1881), het hoofdwerk van Swami Dayanand Saraswati (1824 – 1883), de belangrijkste sociale en religieuze hervormer uit de tweede helft van de 19e eeuw in Brits-Indië (India). Swami Dayanand, een eminente Sanskrietgeleerde, had een strijdbersmentaliteit en verkondigde radicale correcties m.b.t. de erfelijke játi-maatschappij en het brahmaanse hindoeïsme, dat hij als een misvorming van het Vedische árya dharma beschouwde. Hoewel de invloed van Dayanand, vooral van zijn academisch opgeleide naaste medewerkers en volgelingen op het sociaal-politieke vlak relatief groot was, bleef het aantal aanhangers van de in 1875 opgerichte Arya Samaj in India zeer beperkt. Zij telde de meeste aanhangers in de deelstaten Punjab, Gujarat en Uttar Pradesh. Hans Raj (docent), Lala Lajpat Rai (medicus) en Swami Shradhanand (jurist) hebben hun hervormingsactiviteiten met hun leven moeten bekopen. Zij werden lafhartig vermoord, anderen werden door de koloniale overheid langdurig opgesloten en/of verbannen, zoals Bhai Parmanand, die indirect aan de wieg van de Surinaamse árya samájbeweging heeft gestaan. De jurist Swami Agnivesh zet al ruim 40 jaar de oude árya samáji hervormingstraditie voort. Hij schuwt geen enkel debat en discussie.

Lees verder

Column Bris Mahabier – Aflevering 5: Mohandas K. Gandhi in Zuid Afrika, een etnische mahátmá?

De 78-jarige Mahatma Gandhi werd in Delhi, de hoofdstad van India, op 30 januari 1948 doodgeschoten. Hij was vanaf 1915 – 1947 de onbetwiste hindoeleider van de onafhankelijkheidsbeweging van India. Gandhi, een orthodoxe hindoe, had op die dag net zijn reguliere Ishwar-práthná (gebed) beëindigd. Wat vaststaat, is dat zijn God hem niet geïnformeerd heeft over de op handen zijnde moordaanslag. Dit is zijn God kwalijk te nemen! Was dat wel gebeurd, dan had Gandhi waarschijnlijk toch zijn lot tegemoet getreden met als verklaring, dat de karma-uitwerking zijn verloop moet hebben. Gandhi kon zijn God aanvoelen. Immers, in 1993 schreef hij:’… ik voel dat God mij voor de praktijk van satyagraha voorbereidde.’ Nathuram Godse, een brahmaanse journalist uit de deelstaat Maharastra, vuurde drie fatale revolverschoten op hem af. Het leven van een markante persoonlijkheid, die vier decennialang de politieke ontwikkeling van India op een bijzondere, eigen manier had gedomineerd, eindigde abrupt.

Lees verder

Column Bris Mahabier – Aflevering 4: Gewelddadigheid en pacificatie in Kofrolá, deel 2

Bij fysiek geweld wordt er van eigen lichaamskracht gebruik gemaakt om een ander zijn wil op te leggen of iets te vergelden, bijv. door het toedienen van klappen en vuistslagen. In Magenta, maar ook in andere boiti’s (wegdorpen), bleef het – helaas – niet alleen bij klappen en vuistslagen. Bij vechtpartijen werd er ook gebruik gemaakt van stokken (láthi”s) en scherpe voorwerpen, zoals keukenmessen, houwers (kapmessen) en landbouwgereedschappen. Dit geweld kan individueel, maar ook in vereniging met verwanten gebruikt worden. Bij fysieke gewelddadigheid gaat het dus om schending van de lichaamsintegriteit van een ander, van een medemens. De geweldpleger neemt het recht in eigen handen. Hierdoor overschrijdt hij een gemeenschappelijke afspraak, een maatschappelijke norm, die geformaliseerd is.

Lees verder

Column Bris Mahabier en Naushad Boedhoe – Aflevering 3: Betekenis van Nauyuga voor het verdere leven en carrière

In dit hoofdstuk zal in kort bestek worden geschetst wat de betekenis van de vereniging Nauyuga is geweest in het verdere leven en de carrièreontwikkeling van haar oud-leden. Wat hebben oud-leden in Nauyuga geleerd, hoe hebben de in verenigingsverband opgedane kennis en vaardigheden een rol gespeeld in hun leven en carrière en welke vriendschappen en andere relaties heeft Nauyuga opgeleverd? Er is een schriftelijke enquête uitgestuurd en 14 (oud-)leden hebben deze ingevuld. Dit artikel is grotendeels gebaseerd op de reacties van deze 14 respondenten, waarvan vier personen bij de oprichting van Nauyuga betrokken waren. De meeste van deze respondenten vertrokken met een studiebeurs naar Nederland om met succes een universitaire studie te volgen. Een paar van hen deden zelfs twee studies.

Lees verder

Column Bris Mahabier – Aflevering 2: Mijmeringen en overpeinzingen in Magenta

Dierbare vrienden en geliefde familieleden, ik weet het: wat ik in Suriname, vooral in mijn geboorteplaats Magenta (= Kofrolá) zoek, bestaat voor een groot deel er niet meer. De economische en sociaal-culturele ontwikkelingsgang is niet tegen te houden, vooral de globaliseringsinvloeden niet! De meeste ‘dingen’ van vroeger, voor mij is dit de periode na 1945, bestaan alleen in mijn herinneringen, in mijn gedachten, diep verborgen in de cellen van een bepaald deel van mijn hersenen. Sommigen opvallend scherp, anderen vervaagd en verbrokkeld. Vele van mijn vroegere kennissen, ook enkele tientallen leeftijdgenoten van mij, en dierbare familieleden en vrienden zijn niet meer in leven. De meesten zijn door Yamráj (= Magere Hein) – jammer genoeg – relatief jong uit hun leven weggerukt.

Lees verder

Column Bris Mahabier – Aflevering 1: Mijmeringen en overpeinzingen in Magenta

Enkele dagen geleden, op woensdagmiddag 22 april 2015, ben ik na een goede vlucht van ongeveer negen uur met het SLM-toestel weer in mijn verstedelijkte geboorteplaats Magenta, in het district Wanica, aangekomen. Mijn neef Kapoer en zijn vrouw Manorma, beiden nog geen zestig en reeds gepensioneerd, hebben mij van de nationale luchthaven van Suriname met hun ‘nieuwe’ grote Japanse auto opgehaald. Tegen vijf uur was ik thuis. Lila, een ex-schoondochter van mijn overleden zus, heeft voor een eerste ruwe schoonmaak van de veranda van mijn vakantiehuis en een klein deel van de tuin gezorgd. Een eerste gedeeltelijke verfijning ervan kwam van mij; een dag later. De eerste twee dagen heb ik grotendeels geveegd, gepoetst, afgestoft, geharkt, gesnoeid en opgeruimd.

Lees verder