Column Sebieren Hassenmahomed – Aflevering 30: Hanief: “Bij het studeren bond ik mijn haar met een touw aan het plafond vast”

Met angst en beven heb ik deze aparte persoonlijkheid benaderd. Lang erover gedaan om de stoute schoenen aan te trekken. Hij  stond bekend als een moeilijk persoon. Toen ik eenmaal tegenover hem zat was de eerste indruk; wat ziet hij er lief uit. Hij stak als volgt van wal: “Houd er rekening mee dat ik een luis in de pels ben van menig Moslim. Het kan ook dat het gesprek voortijdig afgebroken  word. Ik ben graag kritisch en wil het naadje van de kous weten. Ik ben een aanhanger van het humanisme, dat is een wereldbeschouwing die de menselijke waardigheid,de vrijheid en de waarde van de persoonlijkheid centraal stelt. Daarnaast ben ik ook aanhanger van het pacifisme, hetgeen inhoudt een levenshouding volgens welke men geweld als middel om een doel te bereiken afwijst.

Lees verder

Column Sebieren Hassenmahomed – Aflevering 29: Alma: Bij de begroeting zei Nana: “Khoesie rehoo”

Ik ken Alma, een zestigplusser, van de koffiecorner bij het NS station. Als ze mij ziet aankomen zet ze haar apparaat al aan. Soms ren ik weg met de koffie een andere keer heb ik genoeg tijd voor een praatje. Als ik haar weer ontmoet vraag ik of ze begrepen had wat ik aan de telefoon had gevraagd. Ze legt het mij glashelder uit te weten: “ Wij mogen onze ervaringen doorgeven met het doel dat zaken die niet deugen, gedeeld en verpletterd worden. Wat mij weerhoudt om over mijn situatie te praten zijn de emoties die ieder keer weer naar boven komen”. Daarom heb ik niet teruggebeld voor een afspraak. Als ze bereid is om ter plekke te praten heeft er niemand papier. Ze scheurt een bruine kartonnen doos in een paar smalle stukken en overhandigt mij dat met een pen.

Lees verder

Column Sebieren Hassenmahomed – Aflevering 28: Radha: Arbeid van de vrouw adelt anders

Ik spreek Radha aan op de viering van 8 maart, Internationale Dag van de Vrouw. Zij was daar de enige Hindostaanse vrouw met een spierwitte smalle oorhnie van heel fijn katoen, net niet doorzichtig, zoals die honderd jaar geleden gedragen werd door bijna alle Hindostaanse vrouwen. Zij wordt over een jaar tachtig. Voor mijn compliment gaf ze mij een stralende lach terug, zodanig dat ik ter plekke wenste dat ook ik met mijn ogen kon teruglachen.

Lees verder

Column Sebieren Hassenmahomed – Aflevering 28: Annie: “Als Zelfstandig Bakker Zonder Personeel vergaarde ik mijn eigen rijkdom”

Annie, bijna tachtig jaar, vertelt graag het volgende: Ik ben het jongste kind uit de tien van mijn ouders die allebei uit “Moeloek” afkomstig waren. Van de broers is er maar eentje over. Volgens mij zijn mijn ouders in India met mooie beloften gelokt om te emigreren. Allebei hebben ze gewerkt aan het openkappen van grote stukken oerwoud. Ook voor de eigen rijstplantage is er veel werk verricht eer het plantklaar was. Het planten gebeurde met de hand waarvoor ze javaanse arbeiders inhuurden, ik hoefde niet naar het rijstveld, ze beschermden mij. Het oogsten ging volgens het “anani”-systeem hetgeen inhield dat slechts de rijpe aren van de plant werden weggesneden.

Lees verder

Column Sebieren Hassenmahomed – Aflevering 27: Sita: “Heen gaan zonder afscheid is hartverscheurend”

Sita en ik, onze kinderen en kleinkinderen kennen elkaar uit den haag. Onze ouders zijn ook al langer bekend met elkaar. Bij lief en leed zoeken we elkaar tot nu altijd op. Als ik met pen en papier op schoot plaats neem, vertel ik haar eerst over mijn bezoek aan een festiviteit van “Sri Krishna”. Sita springt op en met stemverheffing roept ze: “ Het is een schande voor de Hindoestanen dat “bakra’s” zo’n instituut uit de grond stampen en in stand houden. Het hoort de plicht van Hindoe’s te zijn. Ik heb thuis amper iets van godsdienst meegemaakt, misschien omdat zowel Adja en Adjie als Nana en Nanie op het platteland woonden en wij in de stad. Ouders hadden misschien andere prioriteiten”.

Lees verder

Column Sebieren Hassenmahomed – Aflevering 26: Anora

Ik ben nu de zeventig gepasseerd, woon tot volle tevredenheid in den Haag, heb wat last van pijntjes, krijg fysio, verplaats mij van de ene plek naar de ander met de “scoot mobile”. Straks ga ik op ziekenbezoek naar een andere stad, we verzamelen in een andere wijk, daarna gaan we met de auto.

Als tweede kind en eerste dochter werd ik geboren en getogen op Moengo , heb daar de lagere school bezocht en tot mijn huwelijk ook daar gewoond met beide ouders. Het was een zware tijd. Mijn vader had een kippenbedrijf. Arbeiders bleven de hele week bij ons wonen. Dat was van Vrijdag tot Zondag. Voor mij betekende het koken voor achttien personen . Bij het ontbijt werden eieren en bakkeljauw gebakken, daarna twee keer rijst met groenten en vlees of vis. Mijn broer was ambtenaar in de stad, daarna volgde ik als oudste dochter, de rest was klein. Sowieso deden mijn broer en vader geen huishoudelijk werk in die tijd. Mijn moeder,een dienst en ik deden alles.

Lees verder

Column Sebieren Hassenmahomed – Aflevering 25: De appel valt wel ver van de stam

Ik vraag aan Sandra of er in die tijd ook iets droevigs is geweest. Zij antwoordt: “Ik vond het wel erg als ik om mijn donkere huidskleur werd genegeerd. Het Zusje van mijn moeder kreeg bijvoorbeeld uitsluitend complimenten over haar uiterlijk en ik geen. Zij was een tintje lichter, verder leken we op elkaar. De tantes uit de stad hadden er ook een handje van om mijn zusjes die een maar een beetje lichter dan mij waren, aan te halen, mij niet. Er is zelfs over mij gevraagd of ik wel in het juiste gezin zat. Een tante met een zoon die dezelfde huidskleur had als de mijne, zocht voor hem een lichtkleurige bruid. Dit alles leidde er toe dat ik een minderwaardigheidscomplex had ontwikkeld. Ik heb vroeger nooit geloofd dat iemand mij mooi zou kunnen vinden. Momenteel ken ik een vrouw in ons buurthuis, die openlijk zegt dat ze donkerbruine mensen maar niets vindt. In de Nederlandse cultuur is het niet veel anders. Ik mag mij dubbel bewijzen om een keer erkenning te krijgen.

Lees verder

Column Sebieren Hassenmahomed – Aflevering 24: Fatiema: “Als een ster naast de sterren”

Ik ben geboren en getogen in een joint- family. Mijn vader was de oudste van zeven kinderen, hij had een houtzaagmolen, zijn vader (mijn dada) was een beetje ziek. Dada(=grootvader) bezat percelen op het platte land die hij verhuurde, daar is lang geleden ook een straat naar hem vernoemd. Naderhand is hij dichterbij de stad gaan wonen met alle kinderen. Hij is zesenzeventig geworden. Van hem mochten we geen Sranang Tongo praten, wel Nederlands en Hindostaans. Hij maakte iedere keer een opmerking erover. Zijn protesten hebben niet veel uitgehaald ook al fungeerde hij als hoofd van het gezin. We woonden tussen de creolen, zaten met hen op school en speelden met elkaar, meer niet. Met betrekking tot de vrouw was zijn motto: “een man mag geen vrouw slaan, zij heeft het recht om niet geslagen te worden”.

Lees verder

Column Sebieren Hassenmahomed – Aflevering 23: Bidjawatie: “Geld maakt gelukkig”

Bidja en ik ontmoetten elkaar op een buurtfeest waar zij vrijwillig aan de weg aan het timmeren was. We spreken af en ik geef haar het woord: Na mijn recente pensionering ben ik blijven zorgen voor mensen die dat nodig hebben, ik heb het veel te druk. Mijn ouders hebben dertien kinderen gekregen, op nummer tien sta ik. Grootouders heb ik nooit gekend ze waren al overleden toen ik opgroeide. Ik ben geboren in de omgeving van Duisburg op een perceel van vier ketting dat mijn vader te klein vond. Omdat hij behoefte had aan meer ruimte, verhuisden we naar een plantage van dertien hectare. Hier werd een groot bos door het hele gezin open gekapt. Van het hout maakten we houtskool volgens het ” Bhatha”- systeem. In dat geval werd het hout op elkaar gestapeld en onder de grond met aarde bedolven. Het werd dan zodanig in brand gestoken dat het langzaam smeulde waardoor er houtskool overbleef.

Lees verder

Column Sebieren Hassenmahomed – Aflevering 22: Kamla: “Alleen wonen is goed, samenwonen is beter”

Nadat Kamla bij mij informeert of ze in moeilijkheden kan komen door haar verhaal start ze over zichzelf: Ik ben het oudste kind van twaalf, zelf kreeg ik hetzelfde aantal kinderen. Ben geboren en getogen op “Parnassie”(=plantage). Mijn beide grootouders van vaderskant zijn afkomstig uit India. Ik heb mijn grootmoeder nog zelf verzorgd, deze droeg “Khoe khroe birwa’s” (= holle, opgeblazen armband met slangenkoppen aan het begin en einde) en tjoeria’s, deze zijn dunnere armbanden idem met een puntig begin en einde . Adja was het meest traditioneel, hij ging in de dhotie en koerta gekleed, soms een overhemd met pantalon en een trui met ronde hals. Hij voerde dagelijks de rituelen uit en heeft nog tot zijn dood op het land gewerkt.

Lees verder

Column Sebieren Hassenmahomed – Aflevering 21: Saira: Bij de “Moe dikhaai” kreeg ik ook sieraden van vlees en bloed

Saira is 64, zij woont in het Noorden van het land in een volksbuurt langs een kleine straat waar het net geen hofje is. Een ieder in de straat maar ook twee straten verder kent elkaar, zelfs meerdere generaties. Volwassen mensen noemen haar liefdevol Nanie. Zij is de enige Hindostaanse, een groot deel van de inwoners is Nederlands, de rest is van overal. Als ik plotseling weg moet, regelt ze dat met de buurman, zoals we dat in Suriname gewoon zijn te doen. Ze vertelt over een andere buurman: “ Ik besefte ineens dat ik hem een dag of wat niet opgemerkt had, toen ik hem belde bleek hij in het buitenland te zitten”. Saira spreekt met mij af dat ze het niet over het geloof wil hebben, ze zegt: “Ik behoor tot een oude groep die er vanaf het begin van de Islam was, heb zelf gekozen om mij te verdiepen en volgens bepaalde regels te leven zoals vijf keer per dag een gebed doen, een hoofddoek dragen en veertig dagen uit de koran lezen bij overlijden.”

Lees verder

Column Sebieren Hassenmahomed – Aflevering 20: Rehana: Bij de hemelpoort moet U ook op de juiste toetsen drukken voor toegang naar het hiernamaals

Rehana is zesenzeventig, woont in een groot huis in een grote stad. Ik spreek telefonisch met haar af voor een kop thee. Als ik haar wil uitleggen wat ik aan het doen ben voor het Sarnamihuis, zoekt ze het op voor mij. Ze laat mij zien dat ze regelmatig post van hen ontvangt en er mijn naam ziet staan. Ook is ze regelmatig aanwezig geweest bij activiteiten aan de Brouwersgracht te den Haag. Zij is bereid om over zichzelf te vertellen. Over haar kinderjaren: “Moederliefde heb ik moeten ontberen omdat mama aan tbc en suikerziekte leed. Zij is overleden toen ik amper tien was. Ik herinner mij dat zij zich impulsief kon gedragen zoals dingen wegsmijten en dat ze in het ziekenhuis apart werd verpleegd. De dag van haar overlijden had ze om mij gevraagd. Mijn broer had mij in de ochtenduren opgehaald, het was in de vastenmaand, we waren allemaal wakker toen hij kwam.”

Lees verder

Column Sebieren Hassenmahomed – Aflevering 19: Aasra: De knapste jonge Dame van de buurt

Mijn Aja kwam uit India, hij woonde bij ons in, is tachtig geworden. De man leek meer op een javaan. Hij had kleine ogen, was klein, met een lichte huidskleur,liep altijd op blote voeten en in de “dhootie” .Als hij een keer naar de stad ging, deed hij dat ook op blote voeten en in de dhootie. De winkel die jij ook kent was door hem gebouwd, later had mijn vader het overgenomen,daarna mijn broer. Nu koopt en verkoopt een Chinees er. Aja had ook een grote bus gekocht voor mijn vader, waarmee hij personen vervoerde, de deuren, de vloer en de wanden van de bus waren van hout. Mijn vader was zijn enig kind. Ajie heb ik niet gekend, zij was overleden voor ik geboren werd. Volgens de verhalen hield zij van een borrel. Haar zoon, mijn vader, was het niet eens met haar drank gewoonte.

Lees verder

Column Sebieren Hassenmahomed – Aflevering 18: Manglie: “Na mijn vijftigste kwam ik als “Au Pair” naar Nederland”

Mijn Naanie was in het district Coronie geboren, Naana kwam uit Bihar, dat hebben de kinderen uitgezocht hij was “Ahier”, hield koeien. De mensen werden bij aankomst uit India in Suriname op een plantage afgeleverd waar er arbeiders nodig waren. Eigenlijk heb ik niet veel herinnering aan mijn voorouders. Wat ik weet heb ik van horen vertellen zoals de ellende die de immigranten hebben mee gemaakt. Ik heb gehoord dat pasgeboren baby‘s uit de boot in zee zijn geslingerd, dat mensen die hun werk op de plantages niet af hadden voor straf niets te eten kregen en dat ook hoogzwangere vrouwen pak slaag op de billen kregen van de opzichters. Verder heb ik vernomen dat een vrouw in die tijd meerdere partners had vanwege een overschot aan mannen.

Lees verder

Column Sebieren Hassenmahomed – Aflevering 17: Eline: “Op de oceaan geborene werd geen Semoendrie”

Eline is het vijfde kind uit een gezin van twaalf, dat zijn beide ouders, twee broers en zeven zussen. Over haar moeder vertelt ze het volgende: “Zij is op de boot, tijdens de reis van India naar Suriname geboren. Bij deze bevalling is haar moeder, mijn Oma, komen te overlijden. Haar vader, mijn Opa, betrad Suriname met een baby op de arm, die direct bij aankomst door de nonnen werd opgehaald. Zodoende is mijn Moeder Rooms Katholiek geworden en kreeg ze Christelijke voornamen. Tot overmaat van ramp overleed ook haar vader, mijn Opa, een jaar later. De nonnen hebben belangrijke gegevens van mijn Oma en Opa voor mijn moeder bewaard, die ze in bezit had. De immigratie gegevens zijn bekend zoals; het contractnummer, de naam van de boot, het dorp vanwaar allebei afkomstig waren en de voor en achternaam van Oma. Opa had ook een foto van Oma bij zich.

Lees verder

Column Sebieren Hassenmahomed – Aflevering 16: Tamara: “Zijn roots plaatsgebonden?”

Aanleiding voor het verhaal van deze jonge dame was haar recente reis naar India in het kader van haar werk. Tamara is juf op een ‘zwarte school’ in het centrum van Den Haag. Ik vraag haar om over haar ervaring te vertellen. Ze zegt: “Het was een reis die tot doel had om inspiratie op te doen door andere schoolsystemen te bekijken zoals de visie om een leerwijze vanuit de desbetreffende persoon te bekijken. Ik liet mijn gezin achter, dat is mijn vrouw en drie kinderen”. Over haar roots zegt ze: “Ik ben voor de helft Hindostaanse, de andere helft is Nederlands. Het Sarnami beheers ik goed, mijn roots liggen volgens mij in mijn genen die ik van mijn vader en moeder heb, hun opvoeding en in hetgeen waartegen mijn moeder zich verzette. Eigenlijk ben ik slechts gehecht in het nu.

Lees verder

Column Sebieren Hassenmahomed – Aflevering 15: Seroodjnie: “Mag ik het zusje van mijn echtgenote claimen?”

Seroodjnie is een vrouw van bijna vijftig, actief op de arbeidsmarkt en al het grootste deel van haar leven getrouwd met Bisoen, de man die ze ten huwelijk vroeg toen ze amper 16 was. Zij is de jongste uit een gezin van zes, dat is moeder, vader en vier kinderen. De ouders van moeders kant, Nanie en Nana woonden in een heel ander distrikt. Seroodjnie kwam daar amper omdat ze bij hen niet op haar gemak was; daarom kan ze ook niets over hen vertellen. Ze bleef liever achter bij haar oudere broers en bhaudjies (=schoonzussen), die kinderen van haar leeftijd hadden met wie ze het gezellig had. Haar ouders gingen meestal zonder haar op bezoek en om te logeren. “Mijn broers en bhaudjie’s hebben altijd goed voor mij gezorgd. Bij hen heb ik mijn vader of moeder nooit gemist, het voelde alsof ik hun kind was”.

Lees verder

Column Sebieren Hassenmahomed – Aflevering 14: Farieda: “Heeft een visueel gehandicapte recht op een gezin?”

We hebben veel vrijheid gehad waardoor we al vroeg – langer dan ik dacht – verantwoording voor onszelf hebben leren dragen. Momenteel staan we allebei op eigen benen. Ik begrijp niet hoe anderen opgevoed zijn om een puinhoop van hun leven te maken; het is alsof het zelfstandig denken bij hen ontbreekt. Ik heb mijn huidige man moeten leren dat wij, de kinderen en ik bij hem horen en samen een gezin zijn. Vanaf mijn geboorte tot mijn huwelijk heb ik in een grote warme familie gewoond, dat waren mijn Nanie en Nana, Mamoe’s en Khala’s en ons gezin. Mijn moeder en vader hebben twee kinderen gehad, het begon als volgt tussen die twee: Toen een oudere zus van mijn moeder, tante Kemroen uit elkaar was met haar man, kwam ze weer bij Nanie en Nana inwonen.

Lees verder

Column Sebieren Hassenmahomed – Aflevering 13: Kathleen: “Uit welke ‘baarvader’ ontspruiten ‘nood-en dood gedachten?’”

Kathleen is geboren en getogen in Guyana, in een gezin van dertien: moeder, vader en elf kinderen. Zij is het vierde kind na twee zussen en een broer. Over thuis herinnert ze zich dat haar moeder vrij streng was. Bijvoorbeeld: Na school vroeg ze aan mensen of ze Kathleen soms gezien hadden. Moeder kreeg dan te horen dat ze met jongens aan het praten was. En dan stond moeder klaar met de stok! Over het waarom van andere keren dat ze pak slaag kreeg zegt Kathleen het volgende: “Sowieso mocht ik nooit wat terug zeggen , ik kreeg klappen om niets.” In de periode dat haar zussen het huis uit waren, kwam zij aan de beurt voor het huishouden: “Op mijn elfde kookte en waste ik voor het hele huis.”

Lees verder

Column Sebieren Hassenmahomed – Aflevering 12: Sharda: “Mag ik vragen stellen over de architecten van regels en wetten in onze cultuur?”

Sharda wordt binnenkort vijf en zestig, woont in het zuiden van Nederland in een grote stad . De kinderen zijn al het huis uit. Ze werkt niet buitenshuis, heeft een uitkering. In haar vrije tijd zingt ze “baithak gana”( zittend zingen?) in het buurthuis. Ze vertelt mij dat ze Diwali heeft gevierd om de Godin van het licht te eren; wijst naar buiten om mij op het daglicht te attenderen; “zonder licht zou er niets en niemand groeien” zegt ze. Dan vermeldt ze dat er geen vlees of vis in huis is. Ik vraag haar om “kerhie” te maken. “Een prima idee” zegt ze, dat komt haar zelfs goed uit. ik mag plaats nemen in de keuken. Ze is gewend om het goed te doen; de gele erwten worden gemalen; de knoflook en peper worden ter plekke gestampt. Sharda is een kleinkind van immigranten, zowel Adjie als Adja komen uit India, ze kent hun gegevens uit het hoofd o, jee!.

Lees verder

Column Sebieren Hassenmahomed – Aflevering 11: Zahiera: “Voedt God de apartheid?”

Zahiera was een peuter toen haar vader in de huwelijksboot stapte met zijn tweede vrouw Djamiela. Tot dan was ze verzorgd geworden door de zus van haar vader een Phoewa . De biologische moeder van Zahiera overleed toen ze maar twee weken jong was. Djamiela kreeg tien kinderen achter elkaar, tussen door zijn er nog drie kinderen in huis gehaald waarvan twee geadopteerd en eentje, een neef om naar de stad op school te gaan. Over haar rol in het gezin zegt ze: “Ik heb voor allemaal, met uitzondering van de jongste, gezorgd. Ik weet niet anders of ik werd in het huishouden ingezet door mijn moeder. Daarbij herinner ik mij niets aardigs van haar. Integendeel kneep ze mij vlakbij mijn mondhoek, trok aan mijn oor en haren.

Lees verder

Column Sebieren Hassenmahomed – Aflevering 10: Vera: “Heeft een ‘Buitenvrouw’ recht op dezelfde bejegening als ‘Onze man’?”

Vera komt uit een gezin van vijftien: moeder, vader en dertien kinderen waarvan zeven jongens en zes meiden. Zij is de oudste dochter na twee zonen en ze verschillen ongeveer een jaar. Bij haar geboorte kreeg ze de naam Soeroedjdei. De vroedvrouw vond het moeilijk om uit te spreken dus voegde ze een makkelijke naam toe: Vera. Zo gaat ze al bijna tachtig jaar door het leven, hoewel het niet op haar boekje staat. Na haar pensionering als docente in Suriname heeft Vera nog twaalf jaar in Nederland gewerkt als steun en toeverlaat van een directeur.

Lees verder

Column Sebieren Hassenmahomed – Aflevering 9: Gairoen: “Tante, oom heeft mij met een stok gestoken.”

Ik ben razend opgelucht als ik deze negentigplusser eindelijk voor mij heb zitten met mijn schrijfblok op mijn schoot. In gedachten zie ik de jonge versie van haar voor de titel van Miss Suriname gaan. Zij is langer dan de gemiddelde Hindostaanse vrouw, heeft een slanke nek, met een mooi gezicht, fotomodel benen met een boel humor, zo nuchter als maar wezen kan en rap van tong. Gairoen is de kleindochter van een immigrant. Het contractnummer van haar nanie is bekend. Zij geeft bij de kennismaking ook de naam van haar moeder door zoals: “Ik ben dochter van…..”. Uit een gezin van zes – vader moeder en vier kinderen – zij de jongste. Ik vraag haar of ze verwend is geworden door haar twee zussen en een broer.

Lees verder

Column Sebieren Hassenmahomed – Aflevering 8: Lavanya: “De DJ van het Zapp Weekjournaal op 19 oktober 2014.”

Ik ken Lavanya van de lagere school waar ook mijn kleinkinderen zaten. Het meest hoorde ik over haar toen ze een ongeluk had gekregen en over het overlijden van haar Nana. Haar naam verbond ik met pech en pech. Daarna gingen alle kinderen naar de Middelbare school en werd het stil rondom die naam tot we elkaar onlangs in een restaurant ontmoetten. Beide families waren met hun Nanie. Ineens hoor ik het woord DJ vallen naast de naam van kleine superslanke 12 jarige, speelse, eenvoudige, Lavanya . Ik veerde op van mijn stoel. De eerste gedachten waren: hoe is dit mogelijk, zo jong en klein nog!. Het bleek waar te zijn. Zij is een heuse DJ.

Lees verder

Column Sebieren Hassenmahomed – Aflevering 7: Mila “Een zonnestraal tijdens een verdrietige jeugd.”

Ik vraag aan Mila, 80 jaar, wat het meest naar voren komt als ze aan haar moeder denkt. Ze zegt dat ze niets anders ziet dan een werkmachine. Die vrouw stond voor vieren in de ochtend op om de “tjoelha” (= fornuis) op hout aan te steken. Ze kookte samen met haar schoonzussen, maakte pap voor haar kinderen, deed de was zodra het licht werd, gaf de jongste borstvoeding, legde het in de hangmat en vertrok met een vrachtje op haar hoofd naar het perceel van de familie. Zij kreeg nooit de tijd om een kind te aaien of hun haar mooi te kammen. De familie bestond toen Mila geboren werd uit de grootvader, uit India afkomstig met een paar dochters, de ouders van Mila met hun kinderen en de oudste broer van haar vader met zijn kinderen.

Lees verder

Column Sebieren Hassenmahomed – Aflevering 6: Loes: “Ik heb goed geluisterd naar verhalen van anderen.”

Loes is zeventig jaar jong. Zij is het tweede kind uit een gezin van elf: moeder, vader en negen kinderen. Na de lagere school is Loes naar de ULO/MULO in Suriname geweest. Omdat ze niet langer op een kantoor wilde blijven werken is ze een avondopleiding voor Hulponderwijzer gaan volgen. Na het behalen van dat diploma heeft ze een paar jaar zelfstandig les gegeven op de Lagere school in de eigen buurt. Over haar jeugd zegt ze: “Als oudste dochter heb ik het niet altijd prettig gehad met een moeder die eigen ambities had. Mijn moeder fietste bijvoorbeeld naar de stad voor naailes . Voor ze op de fiets sprong spelde ze een metalen vlinder bij de zoom van haar rok, opdat deze niet kon open waaien.

Lees verder

Column Sebieren Hassenmahomed – Aflevering 5: Alfun: “Van het ene warme bad in het andere.”

Als ik hoor dat Alfun op de bezoekerslijst staat, spring ik een gat in de lucht. Lees zelf maar waarom zij één van mijn helden is. Alfun is het oudste kind uit een gezin van 13. Zij heeft 6 broers en 3 zussen. Haar vader is als baby samen met zijn ouders geëmmigreerd uit India, met een contract voor arbeid op de plantages. Thuis hoorden ze nog de verhalen van oma over de talloze blaren op beide handen van het koffie-plukken. Over haar moeder zegt Alfun dat die eerlijk en oprecht goed voor hen allemaal en voor opa heeft gezorgd; ze baadde (waste) de oude man ook toen hij dat niet meer zelf kon. Moeder deed behalve het huishouden ook aan landbouw vlakbij huis. Zowel de moeder als de vader van Alfun hebben allebei een hoge leeftijd bereikt.

Lees verder

Column Sebieren Hassenmahomed – Aflevering 4: Urmila: “Brown is beautiful, is een donkerbruine huid mooi?”

Urmila is 51, het vierde kind uit een gezin van 12. Ze woonden in het huis van de ouders van haar vader, ájá en áji. De moeder van Urmila kreeg ook nog 6 miskramen. Een kind overleed na de geboorte. Toen haar oudere zussen uitgehuwelijkt waren, nam zij de verantwoording voor het huishouden over; haar moeder deed aan landbouw achter op het perceel. Haar áji (oma) en vader namen de belangrijke beslissingen, onder andere dat Urmila na een paar klassen lagere school werd afgeschreven. Haar moeder of de kinderen hadden werkelijk niets in te brengen; de twee jongere zussen zijn wel naar de middelbare school geweest. Een zus van Urmila overleed bij de geboorte van haar kind. Zij leed aan haar hart. Het was haar afgeraden om zwanger te worden, maar zij wilde met alle geweld trouwen en kinderen krijgen. De baby van toen leert nu om voor hartpatiënten te zorgen.

Lees verder

Column Sebieren Hassenmahomed – Aflevering 3: Kriesna: “Mag ik mijn bloedeigen echtgenoot om meer en anders sex vragen?”

Het gezin waarin Kriesna opgroeide, bestond uit moeder, stiefvader en 8 kinderen. Kriesna werd geboren op Kwatta, groeide op aan de Ephraimzegen, helemaal achterin. Toen haar moeder met haar naar haar stiefvader verhuisde was Kriesna 3 jaar. Over dat andere huis en wie ze achter liet heeft ze geen herinnering. Kriesna weet niet anders dan dat ze heel hard werkte en voor het eerst naar school ging op haar achtste. Door toedoen van iemand bij de Sociale dienst werd ze in de tweede klasse geplaatst en kreeg ze bijlessen. Haar moeder werkte buitenshuis in de huishouding. De stiefvader bracht amper geld binnen.

Lees verder

Column Sebieren Hassenmahomed – Aflevering 2: Wahieda: “Mag ik kostwinner heten als ik dat ook ben?”

Als ik Wahieda vraag of ik haar levensverhaal mag opschrijven voor de volgende generaties zegt ze dat ze niet veel weet maar wel wil delen wat ze in huis heeft. Ze begint over haar náná ( vader van haar moeder) en pernáná ( de náná van haar moeder), allebei contractarbeiders (uit India) die na beëindiging van hun contract naar het district verhuisden. Haar náná en náni ( moeder van haar moeder) waren kleermakers, de kinderen mochten niets van ze afkijken. Ze werden uit de buurt van hun naaimachines gehouden totdat náni in het ziekenhuis belandde en kleding nodig had. Deze náni vroeg aan de moeder van Waheeda om voor haar te naaien.

Lees verder

Column Sebieren Hassenmahomed – Aflevering 1: Johora: “Mag ik als persoon zelf bepalen of en wanneer ik verliefd word?”

“Hier woon ik, ik voel mij er de koning te rijk alhoewel ik niet weet of de majesteit het ook heerlijk heeft.” Met deze woorden word ik ontvangen door een 86-jarige Hindostaanse in Den Haag. Haar schoolnaam is Henna, de officiële naam is Johoragatoen; zij wordt Johora genoemd. “Ik ben moslim en ga regelmatig naar de moskee maar vind het niet nodig om te overdrijven. Zo loop ik niet alle dagen in een selwaar en jok ik als het nodig is.” Dit typeert Johora ten voeten uit. Johora is het 5e kind uit een gezin van zeven kinderen waarvan vijf meiden en twee jongens. Zij is geboren in een district waar geen straatje was of een fiets bestond. Haar oudste zus was niet enthousiast als het om activiteiten buitenshuis ging. Zij sprong in dat gat om ervan te profiteren.

Lees verder