Column Jan S. Soebhag – Aflevering 10: Violist Tiyaitram Ganga mba Cait Ganga

De heer Tiyaitram Ganga staat bekend als Cait Ganga en hij is geboren op 15 juni 1936. Momenteel is hij 81 jaar oud. Cait Ganga is geboren te Charlesburg, twee erven voorbij het bedrijf van Jong Tjien Fa. Voorheen behoorde dat gedeelte van de Charlesburg tot het district Suriname. Naast Cait Ganga woonde de familie Dhundhun Moti en daar tegenover de familie Popal Moti.

Lees verder

Column Jan S. Soebhag – Aflevering 9: De Upanayana sanskár ofwel de Janew in het kort

Het hinduïsme is een leefwijze, waarin voornamelijk de verschillende aspecten van het leven zijn vervat; ook de manier van het leven en de inrichting daarvan. In het oude en het hedendaagse India waren er hiervoor verschillende centra opgericht om aan het leven – vanaf de geboorte tot zelfs na de dood – richting aan te geven. Upanayana of de Janew rituelen vormen hier één van de fasen in het leven van een Hindu, waarbij aan een jongeling richting wordt gegeven door verschillende studies te volgen in zijn leven. Oorspronkelijk zijn er 16 sanskárs ofwel de 16 sacramenten die een Hindu ondergaat tijdens zijn of haar levensfasen. En één daaruit is de Upanayana sanskár ofwel de Janew.

Lees verder

Column Jan S. Soebhag – Aflevering 8: Het begrip Paturiyá en londá of londawá ke nác nader belicht

De betekenis van ‘Paturiyá’. Er bestaan verschillende betekenissen met betrekking tot het begrip ‘Paturiyá’, soms door foutieve interpretaties, soms door goede. Om een goede uitspraak te doen in dit specifiek geval en met betrekking tot de betekenis van het begrip ‘Paturiyá’, is noodzakelijk om o.a. historisch na te gaan vanwaar dit begrip enerzijds afkomstig is en anderzijds zal er een goede reconstructie gemaakt moeten worden van o.a. de sociale structuur van de verschillende ‘Paturiyá’ samenlevingen, hetwelk een diepgaand onderzoek behoeft. Echter, we kunnen enige informatie hieromtrent halen uit o.a. de sociale structuur van de gemeenschap, maar meer nog uit de rollen die de leden van de verschillende gezinnen uit die gemeenschap destijds vervulden uit hun handelen. Om dit te doen hebben wij wel een aangrijpingspunt, te weten: de ‘Paturiyá’ dorpen uit de streken Uttar – en de Madhya Pradesh in India. Wat wel bekend is, dat er veel dorpen of plaatsen bekend stonden of nog steeds bekend staan onder de naam ‘Paturiyá (-village).

Lees verder

Column Jan S. Soebhag – Aflevering 7: Een ‘brokje’ volksgeloof binnen het Hinduïsme

Historisch, buigt de Hindustaanse gemeenschappen in India en elders in de wereld, waar ze zich gevestigd hebben, over een heel oude civilisatie met geschiedenis, taal, cultuur en traditie, waarvan de meeste verhandelingen zijn vastgelegd in de verschillende geschriften met zeer ruime benaderingen over de verschillende culturele en traditionele aangelegen-heden (zie o.a. de verschillende Puráns). De bovennatuurlijke wezens en bovennatuurlijke geesten, zoals het door de westerlingen genoemd worden, vormen binnen het volksgeloof bij de Hindustanen een wezenlijk onderdeel van de Hindu cultuur en traditie. Echter, de begrippen: bovennatuurlijke wezens en bovennatuurlijke geesten komen niet als zodanig voor binnen het Hindu geloof en de traditie. Respectievelijk worden ze ‘goddelijke wezens’ en ‘geesten’ genoemd.

Lees verder

Column Jan S. Soebhag – Aflevering 6: De omschrijving en ontwikkeling van de Surinaamse cultuur

Bij de omschrijving van cultuur wordt in het algemeen het volgende verondersteld: de totaliteit van leefwijzen die door een groep van mensen is opgebouwd en van de ene generatie op de andere wordt doorgegeven of overgedragen (het geheel van gewoontes van een bepaalde groep mensen, zoals muziek, eten, kunst, taal, enzovoort behoort tot de ‘cultuurprovincie’). Cultuur bestaat uit allerlei ideeën, voorstellingen, denken, manieren van doen en zijn, die je deelt met andere mensen op basis waarvan je handelt in relatie tot anderen. Cultuur kan je zien als een soort ‘lijm’: als we niet iets hebben op basis waarvan we met elkaar kunnen communiceren, zou onze werkelijkheid er heel anders uitzien.

Lees verder

Column Jan S. Soebhag – Aflevering 5: Baithak-gáná

Aan de woord combinatie, de baithak-gáná wordt door verscheidene deskundigen verschillende betekenissen toegekend en op een gegeven moment kan dit veel verwarring met zich meebrengen. Echter, zullen de betekenissen van culturele woorden vanuit een bepaalde context vertaald moeten worden, namelijk naar het systeem dat bekend staat als het sociaal, cultureel en religieussysteem binnen de Hindustanen, hierna te verstaan het Hinduïsme. Dit uiteraard als men dicht bij de juiste benadering wenst te blijven en de betekenis van ‘culturele’ begrippen aannemelijk tracht te maken. Een andere benadering is, dat combinaties van woorden een toegevoegde waarde kennen van hetgeen ‘gezegd’ wordt. Wat belangrijk is om te weten is dat verschillende zaken uit het verleden vanuit een traditie zijn voortgekomen, een traditie die ‘verhandelingen’ kent.

Lees verder

Column Jan S. Soebhag – Aflevering 4: De patrilineaire – en matrilineaire lijnen (een brokje cultuur en traditie)

Het Indiase subcontinent, waar de voorouders van de Hindustanen in Suriname van afkomstig waren, kent vele culturen en tradities. De cultuur is divers, zo ook de tradities. Eén van de verschillen kunnen wij plaatsen in de benadering van de verwantschapsrelaties (patrilineaire – en matrilineaire lijnen). De Surinaamse Hindu gemeenschappen kennen voornamelijk en beleven hun tradities vanuit de patrilineaire lijnen. Hierbij geldt de ‘vaderslijn’ als het belangrijkste uitgangspunt bij het beleven van, onder andere hun cultuur en de traditie. De oorzaak hiervan moet vooral gezocht worden in de nalatenschap van het cultureel erfgoed dat door het gros van de immigranten destijds meegebracht werd uit hun moederland, het Indiase subcontinent, naar Suriname.

Lees verder

Column Jan S. Soebhag – Aflevering 3: Zoektocht naar families die met de Lállá Rookh op 5 juni 1873 naar Suriname kwamen

De zoektocht naar de familierelaties die met de Lállá Rookh (men leze: Lálá Rukh) op 5 juni 1873 naar Suriname kwamen, leverde positieve resultaten op. Ganga Ramkalie, overleed op 02 augustus 2015. Jugraneea kwam op 5 juni 1873 met haar moeder Kulleea Khoseeal naar Suriname. Een ander overkleinkind woont in Nederland.Het achterkleinkind Ramkalie is nu 86 jaar oud geworden woonde afwisselend bij haar 2 kinderen. Jugraneea (contractnummer B/329) was op 9 jarig leeftijd uit India naar Suriname meegereist als kind van de immigrant Kulleea Khooseeal (moeder/Contractnummer B/328) en van Pulton Seedoyal (Contractnummer B/327). Zij behoorden tot de eerste groep van de Hindustaanse immigranten die naar Suriname werden gebracht om op contractbasis te werken voor de koloniale heersers uit die tijd.

Lees verder

Column Jan S. Soebhag – Aflevering 2: De ‘len-den’ traditie onder de Hindustanen

Het is algemeen bekend dat de Hindustaanse immigranten of contractarbeiders, die destijds gebracht werden, uit een zeer hoge culturele beschaving vanuit India naar Suriname kwamen (ze kenden authentieke geschriften met regels voor waarden en normen, enz.) Deze immigranten of contractarbeiders woonden in ‘dorpssystemen’ in India, dit in een horizontale en een verticale lijn afhankelijk van hun plaatselijke situatie. Volgens het Hinduïsme gold voor elk dorpsysteem plaatselijke regels, naast de algemene richtlijnen voor een goed en georganiseerde samenleving (leefsysteem). De regels waren gebaseerd op een ordeningsmodel; hetgeen inhield dat men alle zaken regarderende de plaatselijke bevolking of gemeenschap en ‘relaties’ vanuit een bepaald optiek benaderde; ook de verschillende beroepen en onderlinge ‘handelswijze’ was een onderdeel hiervan (bekeken vanuit het jajmáni systeem).

Lees verder

Column Jan S. Soebhag – Aflevering 1: Hindustaanse rituelen voor, tijdens en na de bevalling van een kind

Binnen de verschillende Hindu gemeenschappen worden er vaak (rituele) handelingen gepleegd en offerandes opgedragen bij verschillende culturele en traditionele aangelegenheden, zo ook bij de Sanátan Dharmis. Er zijn ook ‘taboes’ waar er rekening mee wordt gehouden. In dit artikel komen enkele zaken van vóór en na de bevalling van een Hindustaanse vrouw (Sanatan Dharm) aan de orde. Traditioneel wordt een ongeboren kind zoveel mogelijk beschermd. Reeds tijdens de zwangerschap vindt dit plaats via de zwangere vrouw. Bij de zevende maand van de zwangerschap wordt de vrouw een beschermingsmiddel toegediend (in het Sránán Tongo wordt dit beschermingsmiddel ‘koti’ genoemd).

Lees verder