Amar K. Soekhlal: Herfst

Het was in 1974, mijn eerste herfst in Nederland. Een herfst, zoals een herfst behoort te zijn. Het was nat, vies, winderig en permanent regenachtig. Overal lagen waterplassen. Mijn Surinaamse schoenen (soort pattá’s, tegenwoordig gympies geheten) waren niet bestand tegen zoveel waterplassen en binnen de kortste keren had ik soppende sokken. Afschuwelijk! De wind woei genadeloos door mijn lange broek heen, waarmee ik naar Nederland was gereisd en ik had het erg koud. Op school ging ik in elk klaslokaal naast de verwarming zitten om mij enigszins behaaglijk te voelen. Mijn afkeer tegen de herfst is toen ontstaan. Maar de afgelopen jaren heeft zich een kentering voorgedaan. Ik ben dol op  herfst.

Terwijl ik dit zit te tikken op mijn computer schijnt de zon uitbundig door de gele herfstbladeren. Door de breking van het zonlicht door de bladeren in de boom ontstaan er bundels zonnestralen die de bladeren op de grond een mooie herfstglans geven. In de literatuur staat de herfst symbool voor vergane liefde, de aankondiging van de winter, naderende ouderdom. Melancholie. Ik reed met mijn sociale barká bhái Bris, langs het Zuiderpark in Den Haag en ik vertelde hem van mijn ontdekking van de schoonheid van de herfst. Hij keek mij glimlachend aan en zei: “Ik begrijp je Amar, tor leeftijdwá rol khele hai”. Toen ik mijn zoon wees op de kleurenpracht aan de bomen zei hij : “Je wordt oud Ouwe”. Ook hij, verwees mij naar mijn nakende ouderdom. De lente is uiteraard ook heel mooi en op alle manieren beschreven en bezongen. Een van de mooiste liedjes uit Bollywood is Aj mausam bada beiman hai, gezongen door Mohamed Rafi, uit de film Loafer. Hoe verleidelijk de lente (de jeugd) niet is met zijn verwachtingsvolle romantiek. https://www.youtube.com/watch?v=aSJ_jcEPOu0.

Ik heb van 1977 tot 1979 weer in Suriname gewoond, een periode waarin airconditioning een luxe was. Het was oktober 1977 en dat ik toen hartstochtelijk verlangde naar mijn soppende sokken uit 1974. De koperen ploert scheen elke dag onbarmhartig en het was loei heet. Er kwam geen eind aan de lange, slome, hete dagen. Ik kon er heel slecht tegen en miste de seizoenen in Nederland. Mijn moeder zag dat en vroeg aan mij: “Garam lage hai ná betá”?  Een neefje van negen uit Suriname was de afgelopen dagen met vakantie in Nederland. Hij heeft een kamer met airconditioning, die hij naar behoefte aan en uit zet. Het was fris en nat in Den Haag. Na een paar dagen ergerde hij zich aan het weer. Elke keer een jas aan en als je een stap buiten de deur zet, de kouwe wind in je gezicht. Geërgerd vroeg hij aan zijn moeder: ”Má, kan iemand de airconditioning uitzetten”. Ik stap elke keer als het kan op de fiets om te genieten van de verandering van de natuur om mij heen. Ik fiets dan naar het onvolprezen Zuiderpark in Den Haag, dat mooier is dan Central Park in New York. Ik voetbal van 1974 met een kleine onderbreking nog steeds in het Zuiderpark. De Hagenaars noemden het toen Zuidermaribo. Het is nu stil. De kleurrijkheid van de mensen heeft plaatsgemaakt voor de veelkleurigheid van de natuur. Op mijn  verlanglijst staat sinds een paar jaar een reis naar Canada om speciaal de autoroute van Indian Summer te rijden. Volgens Wikipedia verwijst Indian niet naar Indiërs, maar naar Indianen in Noor-Amerika. Ook culinair is de herfst een feest voor mij. Ik ben een liefhebber  van bráfu. Met patétá (zoete aardappelen) , tájerblad, en bij voorkeur met kukuhi, maar dat lukt in Nederland niet altijd. Mijn nicht Maltie is nu in Suriname en ze neemt steevast kukuhi mee en trakteert mij op heerlijke bráfu. Maar ik heb ook snert, erwtensoep, leren eten met stukjes worst.

Kent u de scene uit het liedje Kabhi-kabhi uit de gelijknamige film? Een van de mooiste fragmenten uit die film is, waar Amitabh Bachan zijn jas met bonte kraag stevig omhoogtrekt, vertwijfeld dolend in een park (Zuiderpark?) met op de grond dikke pakken herfstbladeren. Ook hier de melancholie die zo weemoedig is. Onvervulde verlangens. Ik ben dol op de herfst.

Herfst

Herftswá ham kabhi toke ná cáhat rahili

Hardam barkhá, kas ke hawwá aur thandá

Baki ab, barisan bád?

Ham bhi badal gaili

Tor rang-birang kleurwan bahut acchá lage hai

Káhe khát ham badal gaili?

Bris bhái bole ham burhwá hoi gaili.

Ohi khát