Column Amar K. Soekhlal – Aflevering 6: Identiteit

In mei vorig jaar kreeg ik via het Nationaal Archief een kopie van het traktaat uit tussen Nederland en Engeland van 1870, waarin is vastgelegd de werving van contractarbeiders in het voormalige Brits-Indië, het huidige India. Het is een kleurenkopie, met een duidelijke afdruk van de zegel van de koning Willem III en van koningin Victoria van Engeland. Ik was zo blij als een klein kind, bewust van de historische betekenis van het document in mijn handen. Ik was zeer verguld, bekeek het document en stopte het in mijn tas en liep van het Nationaal Archief naar het centraal station om de trein naar huis te nemen. Het was nog niet zo druk in de trein en ik zocht een plek op om het document nader te bestuderen. Ik dacht, pot verdorie, hiermee is alles begonnen. De geboorte van mijn geschiedenis, lang voordat ik ter wereld kwam.

Lees verder

Column Amar K. Soekhlal – Aflevering 5: Een huis op hoge neuten

In het jaar dat ik werd geboren, kwam er elektriciteit op Kwatta. Het is arrogant om te denken dat dan toen de verlichting kwam, en dat doe ik dan ook niet. Maar uit de overlevering blijkt dat ik en mijn twee jongere broers vanaf die tijd in redelijke welvaart zijn opgegroeid, althans de welvaart van de familie toenam. Ik had er geen enkele inbreng in, ik was te jong om daar een bijdrage aan te leveren. Maar de jarenlange opoffering van mijn ouders begon systematisch kleine economische voordeeltjes op te leveren. Ik kan het oude huis waarin wij sliepen nog goed herinneren. Als je het erf opreed, was aan beide zijden een dennenboom. Aan de linkerzijde was er een waterput die nog steeds dienst doet. Naast de waterput is er een sacraal gebied van ongeveer één vierkante meter waar de jhandi en gená bloemen staan.

Lees verder

Column Amar K. Soekhlal – Aflevering 4: Ek mái das larkan pos lej, baki das larkan ek mai ke ná sorgu karpái

Ek mái das larkan pos lej, baki das larkan ek mai ke ná sorgu karpái – Een moeder kan tien kinderen opvoeden, maar tien kinderen zijn niet in staat om voor hun moeder te zorgen. In Nederland is op dit moment een grote transitie gaande in de gezondheidszorg, waarbij de nadruk komt te liggen op eigen kracht en verantwoordelijkheid van burgers. Veel taken worden overgeheveld van de rijksoverheid naar de gemeenten. Ik was kortgeleden op een bijeenkomst waar gesproken werd over de zorg die naasten op zich moeten nemen voor hun (zieke) oudere familie. Vanwege de bezuinigingen als gevolg van de economische crises zal de zorgtaak van ouderen ook een familie taak worden. Ik zal het niet hebben over deze beleidsmaatregel. De discussie op de bijeenkomst was saai en liep langs de bekende lijnen. De ouderen wilden hun verkregen onafhankelijkheid van hun kinderen niet verliezen en de jongeren dachten, ik zie het allemaal wel.

Lees verder

Column Amar K. Soekhlal – Aflevering 3: Een tragisch noodlot

Ik heb mijn náná (de vader van mijn moeder) amper gekend. Hij woonde op Párá Pási (Pad van Wanica) en wij op Kwatta. De afstand was te groot voor frequent bezoek waardoor hij niet vaak op Kwatta kwam. Bovendien ik was vijf jaar oud toen hij stierf, waarschijnlijk aan een hartaanval. In mijn herinnering was hij een lange tengere man met een uitbundige snor. Hij droeg een khaki kortebroek met een okselmouw shirt (singlet) met gaatjes. Veel gaatjes. Maar toch leek hij in mijn herinnering niet sjofel, eerder statig. Ik heb de Hindostaanse database geraadpleegd en hieruit bleek dat hij een kohár was, een pottenbakker. Hij bakte inderdaad dia’s. Wat opvalt bij mijn náná is dat de sociale stratificatie (kaste) in zijn geval samen viel met zijn economische activiteit. Hij bakte overigens niet alleen dia’s maar ook kruiken e.d.

Lees verder

Column Amar K. Soekhlal – Aflevering 2: Jai Hind, sport en emanicipatie

Wat een wedstrijd. Het moet nu ongeveer 45 jaar geleden zijn, dat de wedstrijd tussen Jai Hind en Nautico is gespeeld. Beide teams hadden evenveel punten in de Eerste klasse van de Surinaamse Voetbal Bond, de SVB. De winnaar van deze wedstrijd zou een promotie-degradatie wedstrijd spelen tegen de voorlaatste van de Hoofdklasse om zo te promoveren naar de hoogste klasse van de SVB. Hoofdklasse! Een ongelooflijk vooruitzicht voor de mannen uit een agrarische samenleving om te voetballen in de top van Suriname. De mogelijkheid dat voor het eerst in de geschiedenis van Suriname een voetbalclub met nagenoeg alleen Hindostanen in de Hoofdklasse zou acteren, was onvoorstelbaar. Ik droomde van dat bijna onmogelijke, want de Hoofdklasse bestond uit geweldig sterke clubs als Robinhood, Transvaal, Leo Victor, Voorwaarts en de “kleine” Jai Hind zou het tegen deze grote clubs opnemen.

Lees verder

Column Amar K. Soekhlal – Aflevering 1: Hindostanen en Zwarte Piet

In augustus 1974 kwam ik van Kwatta, Suriname, onbevooroordeeld naar Nederland. De samenleving op Kwatta bestond voor de honderd procent uit Hindostanen. Op de openbare school van de Derde Rijweg waren er weinig Afro-Surinamers. Na de lagere school ging ik naar de Maha Rishi Swami Dayanand School bij de Eerste Rijweg. Ook deze school bestond voor bijna honderd procent uit Hindostanen. In de eerste klas zat er een lichtgekleurde Afro-Surinaams meisje met de beroemde naam Ferrier en zij haald hogere cijfers voor hindi dan ik. Op school in Nederland had ik weinig moeite om mij aan te passen. Uiteraard werd ik besmuikt uitgelachen om mijn zwaar Surinaams- Hindostaanse accent. Ach, ik vond het best wel grappig.

Lees verder