Column Amar K. Soekhlal – Aflevering 12: Narjar ké til, Chanel No 5 avant la lettre

De Girmitiya’s moesten op de plantages hun eigen potje koken. Ik heb werkelijk geen idee, hoe het menu er in 1873 eruit zag. Was er rijst? Of moesten ze ook gekookte banaan of cassave eten? Vis of vlees? Welke groenten aten ze. Bitáwiri? Er was ook een ander levens groot probleem. In de Indiase keuken is olie onontbeerlijk. Maar waar vond je olie in Suriname rond 1873 en zeker op de verre plantages in de binnenlanden, met zeer primitieve distributie kanalen? Ook de plantage eigenaren stonden voor een groot probleem. Uiteindelijk is er wel spijsolie ingevoerd uit Nederland. Maar, zoals de grootste filosoof van Nederland Johan Cruyff, ooit heeft gezegd “Elk nadeel heb z’n voordeel”, en gingen de Girmitiya’s zelf olie produceren. Er was immers genoeg kokos in Suriname.

Lees verder

Column Amar K. Soekhlal – Aflevering 11: Gáw Pujá

Mijn oudere zus Lien vroeg aan al haar broers en zusters om een financiële bijdrage voor gáw pujá. Ik was net met een avondvlucht aangekomen voor een kort verblijf op Kwatta, Suriname en ik deed ook een duit in de zak. Verzoeken van mijn familie sla ik nooit af. Ik ben vervolgens gaan slapen, maar die pujá (offerdienst) hield mij bezig. Er is veel veranderd sinds mijn vertrek veertig jaar geleden uit Kwatta, dacht ik, ze gaan nu ook koeien vereren. Het past wel een beetje binnen de traditie van het hindoeïsme. Het lijkt wel India. Ach, het zal wel dacht ik. De volgende dag begreep ik echter dat het niet gaat om de verering van de koe – in het Sarnámi gaw – maar om Gáw pujá. Een pujá ten behoeve van het welzijn van de gáw, het dorp, de gemeenschap waar men woont.

Lees verder

Column Amar K. Soekhlal – Aflevering 10: Bruno en Bruintje

Mijn oudere zus Lien vroeg aan al haar broers en zusters om een financiële bijdrage voor gáw pujá. Ik was net met een avondvlucht aangekomen voor een kort verblijf op Kwatta, Suriname en ik deed ook een duit in de zak. Verzoeken van mijn familie sla ik nooit af. Ik ben vervolgens gaan slapen, maar die pujá (offerdienst) hield mij bezig. Er is veel veranderd sinds mijn vertrek veertig jaar geleden uit Kwatta, dacht ik, ze gaan nu ook koeien vereren. Het past wel een beetje binnen de traditie van het hindoeïsme. Het lijkt wel India. Ach, het zal wel dacht ik. De volgende dag begreep ik echter dat het niet gaat om de verering van de koe – in het Sarnámi gaw – maar om Gáw pujá. Een pujá ten behoeve van het welzijn van de gáw, het dorp, de gemeenschap waar men woont.

Lees verder

Column Amar K. Soekhlal – Aflevering 9: Een landbouwer van vijfennegentig jaar: Soekhoe “Baudhoe” Soekhlal

Mijn vader wordt op 4 juni a.s. 95 jaar. Een gezegende leeftijd. In den beginne was er niets, geen gereedschap, geen grond, geen zaaizaad en bijna geen perspectief. Mijn moeder trouwde met mijn vader toen zij 11 jaar oud was. Het samenwonen moet hebben plaatsgevonden toen zij 15 jaar oud was. Op haar 17e werd mijn oudste broer Ramadhar geboren. Ik heb vele verhalen opgetekend uit de mond van vader en mijn Van Dijk káká, die op 4 april 90 jaar is geworden. Mijn vader vertelde mij dat als jij je kind hoort huilen, maar het voelt aan als gehuil van een hongerig kind dan ga je door roeien en ruiten om voedsel voor hem te zoeken. Het is die enorme wilskracht die mijn vader en moeder hebben opgebracht en gedreven tot heel hard werken. Hun leven lang. Voor het welzijn van hun kinderen.

Lees verder

Column Amar K. Soekhlal – Aflevering 8: Restaurant Van der Valk

Afgelopen zomer ben ik met drie vrienden Randjit, Humphrey en Anand een weekend weggeweest. Allemaal mannen achter in de vijftig. We hadden een mooi hotel gehuurd op een prachtige locatie inclusief ontbijt. Samen hebben wij als een stelletje oude mannen herinneringen opgehaald aan vroeger, een route van 80 kilometer gefietst, in de wellness gehangen, op de kamer wijn gedronken en op de samsung tablet via Youtube tot diep in de nacht naar liedjes geluisterd uit onze jeugd, de jaren 1970. Half beschonken vertrok ieder op enig moment naar zijn eigen kamer. Hilarisch was natuurlijk toen één van de vrienden op zondag om 09.00 de anderen ging halen voor het ontbijt, maar nog halfwakker op een verkeerde deur aanbelde. Een struise Duitse dame maakte de deur open en blafte “Was wollen sie”. We hebben die vriend de hele dag ermee geplaagd. Een mooie herinnering. We hebben afgesproken om dit tot een jaarlijks terugkerend festijn te maken. Een vriendschap die ik koester met deze mannen.

Lees verder

Column Amar K. Soekhlal – Aflevering 7: Phaguwá

Kwatta in Suriname was (en is) wat het Westland is voor Nederland: de producent van vele groentesoorten voor de stad Paramaribo. Van soepoewiri (selderij) tot watrámoen (watermeloen) van koro tot tomati. Het hele jaar door. Bijzondere culturele beleving in dit tuinbouwgebied was er niet of nauwelijks. Kwatta had geen eigen cautál- en toneelgroepen, ook geen baithak gáná bands. Deze groentetelers hadden er waarschijnlijk geen tijd voor. Het werken op het land eiste alle aandacht en tijd op. Dag en nacht, 12 uur per dag en zeven dagen in de week. Maar met de hoogtijdagen werd er wel rekening gehouden. Mijn vader vroeg steevast: “Phaguwá hai, baki bedáki thoro hái?” (Binnenkort is het Phaguwá, maar de winkels zijn toch niet gesloten?) Met winkels bedoelde hij de Centrale Markt in Paramaribo. Zo kon hij rekening houden met het oogsten van de groenten, vooral met snijbonen en kousenband.

Lees verder

Column Amar K. Soekhlal – Aflevering 6: Identiteit

In mei vorig jaar kreeg ik via het Nationaal Archief een kopie van het traktaat uit tussen Nederland en Engeland van 1870, waarin is vastgelegd de werving van contractarbeiders in het voormalige Brits-Indië, het huidige India. Het is een kleurenkopie, met een duidelijke afdruk van de zegel van de koning Willem III en van koningin Victoria van Engeland. Ik was zo blij als een klein kind, bewust van de historische betekenis van het document in mijn handen. Ik was zeer verguld, bekeek het document en stopte het in mijn tas en liep van het Nationaal Archief naar het centraal station om de trein naar huis te nemen. Het was nog niet zo druk in de trein en ik zocht een plek op om het document nader te bestuderen. Ik dacht, pot verdorie, hiermee is alles begonnen. De geboorte van mijn geschiedenis, lang voordat ik ter wereld kwam.

Lees verder

Column Amar K. Soekhlal – Aflevering 5: Een huis op hoge neuten

In het jaar dat ik werd geboren, kwam er elektriciteit op Kwatta. Het is arrogant om te denken dat dan toen de verlichting kwam, en dat doe ik dan ook niet. Maar uit de overlevering blijkt dat ik en mijn twee jongere broers vanaf die tijd in redelijke welvaart zijn opgegroeid, althans de welvaart van de familie toenam. Ik had er geen enkele inbreng in, ik was te jong om daar een bijdrage aan te leveren. Maar de jarenlange opoffering van mijn ouders begon systematisch kleine economische voordeeltjes op te leveren. Ik kan het oude huis waarin wij sliepen nog goed herinneren. Als je het erf opreed, was aan beide zijden een dennenboom. Aan de linkerzijde was er een waterput die nog steeds dienst doet. Naast de waterput is er een sacraal gebied van ongeveer één vierkante meter waar de jhandi en gená bloemen staan.

Lees verder

Column Amar K. Soekhlal – Aflevering 4: Ek mái das larkan pos lej, baki das larkan ek mai ke ná sorgu karpái

Ek mái das larkan pos lej, baki das larkan ek mai ke ná sorgu karpái – Een moeder kan tien kinderen opvoeden, maar tien kinderen zijn niet in staat om voor hun moeder te zorgen. In Nederland is op dit moment een grote transitie gaande in de gezondheidszorg, waarbij de nadruk komt te liggen op eigen kracht en verantwoordelijkheid van burgers. Veel taken worden overgeheveld van de rijksoverheid naar de gemeenten. Ik was kortgeleden op een bijeenkomst waar gesproken werd over de zorg die naasten op zich moeten nemen voor hun (zieke) oudere familie. Vanwege de bezuinigingen als gevolg van de economische crises zal de zorgtaak van ouderen ook een familie taak worden. Ik zal het niet hebben over deze beleidsmaatregel. De discussie op de bijeenkomst was saai en liep langs de bekende lijnen. De ouderen wilden hun verkregen onafhankelijkheid van hun kinderen niet verliezen en de jongeren dachten, ik zie het allemaal wel.

Lees verder

Column Amar K. Soekhlal – Aflevering 3: Een tragisch noodlot

Ik heb mijn náná (de vader van mijn moeder) amper gekend. Hij woonde op Párá Pási (Pad van Wanica) en wij op Kwatta. De afstand was te groot voor frequent bezoek waardoor hij niet vaak op Kwatta kwam. Bovendien ik was vijf jaar oud toen hij stierf, waarschijnlijk aan een hartaanval. In mijn herinnering was hij een lange tengere man met een uitbundige snor. Hij droeg een khaki kortebroek met een okselmouw shirt (singlet) met gaatjes. Veel gaatjes. Maar toch leek hij in mijn herinnering niet sjofel, eerder statig. Ik heb de Hindostaanse database geraadpleegd en hieruit bleek dat hij een kohár was, een pottenbakker. Hij bakte inderdaad dia’s. Wat opvalt bij mijn náná is dat de sociale stratificatie (kaste) in zijn geval samen viel met zijn economische activiteit. Hij bakte overigens niet alleen dia’s maar ook kruiken e.d.

Lees verder

Column Amar K. Soekhlal – Aflevering 2: Jai Hind, sport en emanicipatie

Wat een wedstrijd. Het moet nu ongeveer 45 jaar geleden zijn, dat de wedstrijd tussen Jai Hind en Nautico is gespeeld. Beide teams hadden evenveel punten in de Eerste klasse van de Surinaamse Voetbal Bond, de SVB. De winnaar van deze wedstrijd zou een promotie-degradatie wedstrijd spelen tegen de voorlaatste van de Hoofdklasse om zo te promoveren naar de hoogste klasse van de SVB. Hoofdklasse! Een ongelooflijk vooruitzicht voor de mannen uit een agrarische samenleving om te voetballen in de top van Suriname. De mogelijkheid dat voor het eerst in de geschiedenis van Suriname een voetbalclub met nagenoeg alleen Hindostanen in de Hoofdklasse zou acteren, was onvoorstelbaar. Ik droomde van dat bijna onmogelijke, want de Hoofdklasse bestond uit geweldig sterke clubs als Robinhood, Transvaal, Leo Victor, Voorwaarts en de “kleine” Jai Hind zou het tegen deze grote clubs opnemen.

Lees verder

Column Amar K. Soekhlal – Aflevering 1: Hindostanen en Zwarte Piet

In augustus 1974 kwam ik van Kwatta, Suriname, onbevooroordeeld naar Nederland. De samenleving op Kwatta bestond voor de honderd procent uit Hindostanen. Op de openbare school van de Derde Rijweg waren er weinig Afro-Surinamers. Na de lagere school ging ik naar de Maha Rishi Swami Dayanand School bij de Eerste Rijweg. Ook deze school bestond voor bijna honderd procent uit Hindostanen. In de eerste klas zat er een lichtgekleurde Afro-Surinaams meisje met de beroemde naam Ferrier en zij haald hogere cijfers voor hindi dan ik. Op school in Nederland had ik weinig moeite om mij aan te passen. Uiteraard werd ik besmuikt uitgelachen om mijn zwaar Surinaams- Hindostaanse accent. Ach, ik vond het best wel grappig.

Lees verder