Eline Santokhi en Lydius Nienhuis: een bijzonder Sarnámisten-koppel

Surrendra Santokhi[1]

 In de herfst van 2025 sprak ik Eline Santokhi over het Sarnámi woordenboek dat zij samen met Lydius Nienhuis heeft uitgebracht. Ik vroeg haar wat zij van het idee vond om dit woordenboek te actualiseren en dat via het internet breder toegankelijk te maken. Zij reageerde daar meteen enthousiast op en zei: “Jazeker, wat moet je dan met een woordenboek in de kast!” Zij raakte gepassioneerd en ik voelde een aanstekelijke trots. Kennisontwikkeling- en verbreiding ten dienste van de gemeenschap is de rode draad in haar professionele loopbaan in het onderwijs en maatschappelijke activiteiten als vrijwilliger. In december 2025 informeerde ik haar over het overlijden van Moti Marhe. Zij was aangeslagen; een goede vriend was haar ontvallen. Hun vriendschap gaat terug tot de tijd waarin zij beiden in Suriname in het onderwijs actief waren. Eline Santokhi woonde een rouwsessie bij om Moti Marhe de laatste eer te bewijzen. Tijdens die sessie blikte Bris Mahabier terug op de bijdrage van Moti Marhe aan het Sarnámi en wijdde kort daarop een artikel aan hem.[2]

Hij typeert Moti Marhe als pionier van de spraakkunst van het Sarnámi en geeft daarbij tegelijkertijd aan dat Moti het Hindi en het Devanágrischrift nooit heeft bestreden. Wat ik zelf van nabij heb meegemaakt is, dat Moti Marhe een pleitbezorger was van het Sarnámi en in zijn enthousiasme zijn vrienden en kennissen meenam. Het enthousiasme van Moti Marhe voor het Sarnámi sloeg op enig moment in de jaren 1980 over ook op Eline Santokhi. Dit enthousiasme heeft zij later ook aan haar levenspartner Lydius Nienhuis overgedragen. Dit resulteerde kort op elkaar in twee publicaties: een Sarnámi woordenboek in 2004 en een spreekwoorden- en gezegdenboek uit het Sarnámi in 2006. In deze bijdrage doe ik verslag van meerdere gesprekken die ik met Eline Santokhi en Lydius Nienhuis heb gevoerd over hun passie voor het Sarnámi, waarin ik discussies met anderen en gehouden interviews meeneem.

Kind van een árya-samáji opvoeding 

Hindoes in Suriname maakten rond 1910 kennis met de Arya Samaj[3]; een hervormingsbeweging binnen het hindoeïsme die in 1875 in India door Swami Dayanand werd gesticht. Deze hervormer was een voorstander van het Hindi als nationale taal van India, terwijl zijn moedertaal het Gujaráti was. Zijn levenswerk, de Satyártha Prakásh, schreef hij in het Hindi.[4] Zijn omvangrijke werk in het Hindi, met commentaren en vertalingen van Sanskrietteksten uit de Vedische literatuur, werd voortgezet door aanhangers van deze beweging; het aantal publicaties zwol aan. De Arya Samaj had universele ambities en startte missies in het buitenland met inbegrip van alle landen waar Hindoestanen zich hadden gevestigd na beëindiging van hun contractarbeid. Deze pandits op missie (parcáraks) waren welbespraakt in het Hindi en hadden als meerwaarde dat zij prachtig konden zingen, dan wel de Vedische mantra’s reciteren. Gelijkheid, emancipatie en educatie waren centrale thema’s in hun inleidingen. Volgelingen van de Arya Samaj stuurden hun kinderen op Hindiles. Dit werd vaak thuis bij pandits en in mandirs verzorgd. Het volgen van Hindilessen was niet alleen voorbehouden aan árya-samáji’s, maar toegankelijk voor iedereen. Het vurige pleidooi van pandits uit India in de actieve jaren van hun missie, om beslist ook meisjes en vrouwen onderwijs te bieden, werd door de Surinaams-Hindoestaanse pandits van de Arya Samaj serieus opgepakt.

Het Hindi bood toegang tot de literatuur van de Arya Samaj. Als je deze taal beheerste, was je in staat te converseren met de predikers van de Arya Samaj uit India en hun inleidingen te begrijpen. Dit leidde tot het versterken van de culturele identificatie en bood statusvorming binnen de hindoegemeenschap. Tijdens formele bijeenkomsten en mandirdiensten werd Hindi gesproken; ook voor politici was het Hindi de taal die hen status verschafte. Een bijkomend voordeel van het Hindi was dat men de Hindi-liederen en Indiase films beter kon begrijpen. Op de Hindoestaanse radio in Suriname werd in het Hindi het dagelijkse nieuws gepresenteerd, (film)liederen aangekondigd en overlijdensberichten omgeroepen. Het Sarnámi bleef de gesproken taal, maar daarin bestond nauwelijks literatuur. De kennis van het Hindi kon alleen op peil worden gehouden door te luisteren naar mensen die Hindi spraken of daarin zongen en door het lezen van Hindiboeken die uit India kwamen. De Hindi leescultuur werd ook gepromoot door de boeken die gedrukt werden door drukkerij Saraswati – een onderneming van pt. Ramdoekhie Sheoratan aan het Pad van Wanica, thans Indira Gandhiweg – die een fervent aanhanger van de Aryá Samaj was. Het Hindi werd tegen deze achtergrond mede-drager van de culturele identiteit van hindoes in Suriname. Deze maatschappelijke context verklaart de belangstelling van Eline Santokhi voor het Hindi als tweede taal. Zij kon al vroeg Hindi lezen en schrijven en heeft die vaardigheden altijd behouden. Naast haar baan als schooldirecteur werd zij maatschappelijk actief in de hindoegemeenschap. In de jaren 1980 en 1990 verzorgde zij zelf Hindilessen voor de sociaal-culturele vereniging Saraswatie en de Arya Samaj Nederland (ASAN) in Den Haag.

Moedertaaldiscussie 

De ambitie van Moti Marhe om het Sarnámi als moedertaal van Hindoestanen in Suriname en Nederland een podium te bieden, had invloed op Eline Santokhi. Dat viel samen met haar activiteiten voor de Arya Samaj Nederland. Rond 1985 werd door Bris Mahabier, Eline Santokhi en mijn persoon de studiegroep Arya Samaj gestart, waaraan pandits, (bestuurs)leden en overwegend studerende jongeren deelnamen.[5] Er werden periodiek lezingen en discussies gehouden over culturele en maatschappelijke thema’s. Ook werd een blad uitgegeven: Asan Sandesh. Tijdens een van die bijeenkomsten kwam het vraagstuk van onze moedertaal aan de orde. Een van de discussianten hield een vurig pleidooi voor het Sanskriet als onze moedertaal, immers de Veda’s zijn in deze taal geschreven, alle andere talen zijn daarvan afgeleid en dat maakt het Sanskriet de moedertaal van alle talen. In deze discussie bleef de status van het Hindi als moedertaal onbesproken. Het op een voetstuk plaatsen van het Sanskriet leidde tot een boeiende discussie met als uitkomst: de moedertaal is de taal waarin kinderen als eerste kennismaken en daarin worden opgevoed. En dat is voor ons toch het Sarnámi. De romantische beleving van het Sanskriet als taal van de devatá’s (‘godheden’) en het Hindi als taal bij ceremoniën blijft geworteld in het DNA van de meeste pandits. Ook wel logisch, omdat het Hindi – die steeds meer gesanskrietiseerd is geraakt – hen heeft gevormd: ideologisch, cultureel en maatschappelijk. De laatste tijd beginnen pandits het Sarnámi mondjesmaat in hun lezingen op te nemen, alsook het Nederlands. De discussies over onze moedertaal kwamen in de studiegroep Arya Samaj vaak terug, waarin Eline Santokhi ook stelling nam, mede ingegeven door haar drang naar vernieuwing binnen de Arya Samaj. In een recent gesprek zei ze dat zij constateerde dat de kinderen aan wie zij les gaf de taal van hun ouders nauwelijks spraken, maar wel op Hindiles zaten. Dat voelde ongemakkelijk. Er was een voedingsbodem ontstaan en daaraan toegevoegd haar vriendschap met Moti Marhe en zijn bevlogenheid voor het Sarnámi, hebben er toe geleid dat Eline het Sarnámi omarmde.

Haar activiteiten voor Arya Samaj Nederland raakten geleidelijk aan op de achtergrond – zij miste het vernieuwende élan – en toen ontmoette zij Lydius Nienhuis. Toen beiden met pensioen gingen, werd de passie voor het Sarnámi aangewakkerd. Voor Eline Santokhi betekende dit een omslag: Hindi raakte op de achtergrond en maakte plaats voor Sarnámi.

Cultuur en communicatie Een belangrijke drijfveer voor Lydius Nienhuis om zich in het Sarnámi te verdiepen, was van praktische aard: hij wilde de cultuur van zijn levenspartner Eline eigen maken en had vooral de wens om te kunnen communiceren met zijn schoonouders en andere familieleden. Zijn professionele achtergrond voor taalverwerving speelde zeker ook een rol. Toen de plannen concreet werden om tijdens hun pensionering voor langere perioden in Suriname te verblijven, nam de wens toe om ook daar conversaties te kunnen volgen met buurtgenoten.  Er volgde een periode van inventariseren, vergelijken en rubriceren – voltijds monnikenwerk van ruim een jaar – met als resultaat: het Sarnámi woordenboek in 2004. Na de publicatie kregen Eline Santokhi en Lydius Nienhuis veel belangstelling voor hun werk. In een interview op Sarnami TV in 2004 werd gevraagd naar hun drijfveren voor de publicatie. Eline Santokhi gaf aan dat Lydius Nienhuis met het idee kwam om een Sarnámi woordenboek samen te stellen.[6] Tijdens zijn eerste bezoeken aan Suriname vond hij geen aansluiting met de buurtgenoten en familieleden van Eline Santokhi vanwege de taalbarrière. Hij was naarstig op zoek naar een Sarnámi woordendoek, zodat hij de betekenis van woorden kon opzoeken. Hij ging naar de bekendste boekhandel in de stad Paramaribo om een handzaam woordenboek te kopen, maar kwam teleurgesteld terug; er bestond geen Sarnámi woordenboek. Toen ging hij op zoek naar boeken over het Sarnámi en vond onder andere een publicatie van Theo Damsteegt en Jit Narain uit 1987: ‘Ká Hál’.[7] Hij begon voor zichzelf een lijst van woorden samen te stellen en die lijst werd langer en langer. Algauw werd het besluit genomen zelf een woordenboek te maken. Een Sarnámi woordenboek zou niet alleen voor hem behulpzaam zijn, maar ook voor andere geïnteresseerden in Suriname en Nederland. Het is ook een handreiking aan ouders die in hun moedertaal de normen en waarden kunnen overdragen aan hun kinderen. De taalwetenschappelijke kennis van Lydius Nienhuis en de kennis van Eline Santokhi van het Hindi en het Sarnámi vormden een gouden combinatie.

De omslag naar Sarnámi In een publicatie van Hindorama (2004, p. 8) waarin de presentatie van het Sarnámi woordenboek werd aangekondigd, is het volgende citaat van Eline Santokhi opgenomen dat de omslag van het Hindi naar het Sarnámi verwoordt: “Er zijn nog steeds mensen die geneigd zijn neerbuigend te doen over het Sarnami. Terwijl het de taal is waarmee we zijn opgegroeid, erin denken en spreken. Sarnami is een volwaardige taal en ik wilde graag wat doen als eerbetoon aan mijn moedertaal”. In een verdere toelichting wijst zij er op dat, zij zich in het verleden weinig bezighield met het Sarnámi, eerder met het Hindi.

Ik zag het nut van onderwijs in het Sarnami niet in, omdat er nauwelijks geschreven literatuur in die taal was. Alleen wat gedichten, maar dat is zo persoonlijk. Er waren geen kinderboeken, bijvoorbeeld” (Hindorama, 2004, p. 9).

Na de boekpresentatie volgde een interview op Sarnami TV, waarin zij aangaf als dochter van een pandit Hindi te hebben geleerd, maar die taal zelf nooit te hebben gesproken.[8] Zij was geïnspireerd om Hindi te leren, vanwege de pandits die uit India kwamen. Eenmaal in Nederland groeide bij haar het besef dat haar leerlingen wel Hindi konden leren, maar dat over een aantal jaren weer zouden vergeten. Haar eigen gevoelens kon Eline Santokhi beter in het Sarnámi uiten dan in het Hindi of Nederlands (Sarnami TV, 2004).[9] Naast het kunnen communiceren met Hindoestanen, was voor Lydius Nienhuis zijn passie voor taalverwerving een belangrijke drijfveer (Sarnami TV, 2004). In een interview gepubliceerd in Hindorama zegt hij daar het volgende over.

Ik heb als het ware mijn hele leven tussen woordenboeken doorgebracht en me altijd bezig gehouden met vragen als: ‘wat ontbreekt er in een woordenboek’. ‘Ik ben graag bezig met een doel voor ogen. De motivatie om dit Sarnami woordenboek te maken was dan ook groot. Hier in Nederland kwam ik zo tijdens bezoekjes aan Hindoestaanse familieleden wel in aanraking met de taal, maar dat was op een zondagmiddag. Pas toen wij in Suriname bezig waren (…) werd ik er intensief mee geconfronteerd” (Hindorama, 2004, p.9) 

Na de eerste twee publicaties waarin het Sarnámi centraal stond, publiceerden zij in 2016 het tweetalige Hindi-Nederlands woordenboek. Met deze publicatie maakte Eline Santokhi in elk geval duidelijk dat haar belangstelling voor het Hindi nooit voor goed weg was. Lydius Nienhuis had voor deze publicatie een taalwetenschappelijke motivatie.

Het bereik van het Sarnámi

De migratie van Hindoestanen als contractarbeiders naar overzeese gebieden heeft het geografische bereik van talen van de Hindi-taalfamilie – waarvan o.a. Bojpuri, Braj, Avadhi en Sarnámi onderdeel zijn – niet alleen vergroot, maar ook verrijkt tegen de achtergrond van locatie gebonden factoren. Deze reikwijdte is zowel cultureel, taalwetenschappelijk, literair, maatschappelijk als politiek. Verschillende personen hebben een bijdrage geleverd aan de emancipatie van het Sarnámi, waaronder Moti Marhe, Jan Soebhag, Jit Narain, Rabin Baldewsingh, Gharietje G. Choenni, Candani, Rahi (Raj Ramdas), Theo Damsteegt, J.H. Adhin, Chitra Gajadin, Raj Mohan, Bris Mahabier. Bij tijd en wijle hebben ook anderen met poëzie, proza en zang het Sarnámi podium betreden (Mahabier, 2025).

Zo is de muzikale traditie voortgezet en verrijkt in de Indiase diasporagebieden en dat is in India niet onopgemerkt gebleven. Liederen van de Guyanees Sundar Popo bereikten ook India en werden nagezongen door Indiase zangers: Babla en Kancan. Een van zijn liedjes met een Bhojpuri/Sarnámi-titel luidt: “Ham na jaibe sasur ghar men”; “Ik ga niet naar het huis van mijn schoonouders”.[10] In Suriname en Nederland is een baithak-gáná lied van pt. Saliekram Ramawadh met een Sarnámi titel zeer geliefd: “Pátar morí kahinyainyán lahangwá bhuí dole bálam”, “Liefje, de rok aan mijn slanke taille slingert over de grond”.[11] Sarnámi is een levende taal, die wel om een breed gedragen acceptatie, onderhoud en innovatie vraagt in een tijd van technologische vernieuwingen en maatschappelijke veranderingen. Wij zullen niet voor ieder nieuw (trendy) woord in het Nederlands of Engels een Sarnámi equivalent vinden, maar binnen de taalstructuur van het Sarnámi kunnen exogene termen prima gedijen.

Te midden van de bijdrage van velen aan de emancipatie van het Sarnámi, mag de bijdrage van Eline Santokhi en Lydius Nienhuis niet onvermeld blijven. Het uiteindelijke doel van Eline Santokhi en Lydius Nienhuis met deze drie publicaties is cultuur- en taalbehoud. Daarmee hebben zij belangeloos en met eigen middelen een grote bijdrage geleverd aan de Hindoestaanse gemeenschap. Over het Sarnámi woordenboek schrijven zij zelf: “Tenslotte is dit woordenboek bestemd voor al diegenen die het Sarnámi een warm hart toedragen, geïnteresseerd zijn in die taal en hun kennis ervan willen toetsen of uitbreiden” (Santokhi & Nienhuis, 2004:7). Voor mij is die missie geslaagd. Voor een nog te verschijnen publicatie over onze familiegeschiedenis in het Sarnámi, ga ik regelmatig hun woordenboek langs op zoek naar rake typeringen. Dikwijls heb ik daarbij een “O-JA ervaring”. Dat blaast mijn Sarnámi vocabulaire nieuw leven in. Blij verrast ben ik over de rijkdom van het Sarnámi. De variatie in voor- en met name achtervoegsels valt mij daarbij op: een bron van taalinnovatie. De meerdere herdrukken van de publicaties van Eline Santokhi en Lydius Nienhuis onderschrijven het maatschappelijke en taalkundige belang die lezers en geïnteresseerden daarmee tonen.[12]

 Literatuur

 Borges, R.D. (2014). The Life of Language dynamics of language contact in Suriname

(dissertatie). Geraadpleegd op 15 januari 2026, van https://www.lotpublications.nl/Documents/348_fulltext.pdf. LOT.

Damsteegt, T. & Jit Narain (1987). Ká Hál, Leerboek Sarnami Surinaams Hindostaans. NBLC.

Hindi.news18.com. (z.d.). Karihaiyan. Geraadpleegd op 16 januari 2026, van https://hindi.news18.com/news/entertainment/bhojpuri-bhojpuri-song-karihaiyan-mein-raja-video-out-arvind-akela-kallu-and-zoya-khan-shows-sizzling-chemistry-watch-it-raya-4553943.html.

Hindorama (2004). Sarnami woordenboek als eerbetoon aan moedertaal. Geraadpleegd op 15 januari 2026, van https://www.hindorama.com/wp-content/uploads/2019/11/HR-3-2004-21112019.pdf.

Hindwidictionary (z.d.). Karihaiyaan. Geraadpleegd op 16 januari 2026, van https://www.hindwidictionary.com/meaning-of-karihaiyaan).

Nienhuis., L. (2002, februari). Woordjes leren. Woorden leren in groepen; het opbouwen van een semantisch netwerk in een vreemde taal. Geraadpleegd op 15 januari 2026, van https://lt-tijdschriften.nl/ojs/index.php/ltm/article/view/860.

Mahabier, B. (2025, 30 december). Moti Marhé’s rol in de emancipatiebeweging voor het Sarnámi. Geraadpleegd op 7 januari 2026, van https://www.sarnamihuis.nl/moti-marhes-rol-in-de-emancipatiebeweging-voor-het-sarnami/.

Marhe, R.M. (1985). Sarnami Byákaran. Een elementaire grammatica van het Sarnami. Frans Coene b.v.; Stichting voor Surinamers.

Marhe, P. (1995). Pt. Salikram – Pater Mori Baithak Gana 1995 [Video]. YouTube.

Geraadpleegd op 15 januari 2026, van https://www.youtube.com/watch?v=xcsu10kO2M4.

Santokhi, E., & Nienhuis, L. (2004). Sarnami woordenboek. Een tweetalig woordenboek van het Surinaams Hindostaans (3e druk 2023). Sampreshan.

Santokhi, E., & Nienhuis, L. (2006). 500 spreekwoorden en gezegden uit het Sarnámi en het Hindi  (3e druk 2023). Sampreshan.

Santokhi, E., & Nienhuis, L. (2016). Hindi woordenboek. Een tweetalig woordenboek van het Hindi (3e druk 2023). Sampreshan.

Santokhi, E., Santokhi, C. & Santokhi, S. (2016). De geschiedenis van de Arya Samáj in de Welgedacht C Wanica (Suriname). Rishi Foundation.

Santokhi, E. & Santokhi, S. (2019). Hindoehervormers en hun passie voor de Arya Samaj. Persoonlijke ervaringen van Árya Samaji’s in Suriname en Nederland (2e druk). Rishi Foundation.

Sarnami TV (2004). Het Sarnami woordenboek & Mr. Black [Video]. YouTube. Geraadpleegd op 15 januari 2026, van https://www.youtube.com/watch?v=wQpuOwC6rsM.

Wikipedia (z.d.). Arya Samaj in Suriname. Geraadpleegd op 8 januari 2026, van https://en.wikipedia.org/wiki/Arya_Samaj_in_Suriname.

Wikipedia (z.d.). Satyárth Prakash. Geraadpleegd op 7 januari 2026, van https://en.wikipedia.org/wiki/Satyarth_Prakash.

Wikipedia (z.d.). Baithak Gana. Geraadpleegd op 15 januari 2026, van https://nl.wikipedia.org/wiki/Baithak_gana.

Wikipedia (z.d.). Surinaams baithak-gana-zanger. Geraadpleegd op 15 januari 2026, van https://nl.wikipedia.org/wiki/Categorie:Surinaams_baithak-gana-zanger.

Wikipedia (2025, 1 mei). The legend of Sundar Popo. Geraadpleegd op 15 januari 2026, van https://www.easterneye.biz/sundar-popo-musical-pioneer-icon/.

[1] Met dank aan Bris Mahabier en Liesbeth Santokhi-Bredero voor hun adviezen voor deze publicatie.

[2] Mahabier (2025).

[3] Wikipedia (z.d.). Arya Samaj in Suriname.

[4] Wikipedia (z.d.). Satyárth Prakash.

[5] Tijdens het voorzitterschap van Arya Samaj Nederland van Chander Santokhi (Santokhi & Santokhi, 2019).

[6] Sarnami TV (2004).

[7] Damsteegt & Jit Narain (1987).

[8] Haar vader Inderdjiet Santokhi was pandit in Suriname en Nederland en voorzitter van de Arya Samaj Welgedacht C Weg in Suriname. Voor zijn maatschappelijke activiteiten is hij in 2007 Koninklijk onderscheiden  (Santokhi et al.,  2016).

[9] Samengevatte weergave van het interview op Sarnami TV.

[10] Wikipedia (2025). The legend of Sundar Popo. De oorsprong van dit lied heb ik nog niet kunnen traceren.

[11] Marhe (1995). In het Bhojpuri en Kannauji – behorend tot de Hindi-taalfamilie – betekent het woord karihaiyan, heupen (Hindwidictionary, 2026; Hindi.news18.com, 2026).

[12] In de wetenschappelijke literatuur is het werk van Eline Santokhi en Lydius Nienhuis ook opgemerkt. In zijn proefschrift verwijst Borges naar hun woordenlijst (Borges, 2014, pp. 93, 102).