Blanke slavernij in Europa
Door Bris Mahabier
Deel 1 van Slavernij, van oudsher ook in de Oude Wereld dateert van januari 2026. Hierin werd bondig aandacht besteed aan: ongelijkheid, de relatie tussen racisme en kolonialisme, de recente eenzijdige beeldvorming door bepaalde activistische groepen en wetenschappers m.b.t. de slavernij in Suriname, herinneringen aan mijn vroegere geschiedenislessen in Paramaribo en de worteling van slavernij in belangrijke religieuze geschriften. In dit deel komen de volgende deelonderwerpen eveneens summier aan bod: recente vakantieherinneringen, vroegere slaven en huidige marrons in Magenta, voorts de blanke slavernij in de oude stadstaat Athene, in het Romeinse Rijk en in Europa in de middeleeuwen.
Recente vakantieherinneringen
Tijdens mijn recente vakantie van 25 dagen in mijn geboorte-‘dorp’ Magenta in Suriname, waar ik op vele momenten spontaan – in gedachten en vooral zwijgend, wandelend en soms fietsend – op zoek ging naar zichtbare, materiële sporen van het verleden uit de periode 1950 – 1972. Ook Varsha (49) en Pravir (47), mijn dochter en zoon, waren daar. Zij, een Haags kind, na 26 jaar. Met hen communiceerde ik over ons familieverleden niet zoveel. Een groot deel van dat verleden is al na vijf decennia niet meer direct te zien. Van de woningen van toen zijn er minder dan 10 over, waarvan de meesten in een bouwvallige staat verkeren. Een ervan is t.g.v. boedelverdelingsperikelen al gedeeltelijk ingestort. In mijn herinneringen zie ik onherroepelijk heel veel en soms zeer gedetailleerd. Dit maakt mij gelukkig. Het is vanzelfsprekend, dat ik vele van die herinneringen koester. Dankzij onze natuur bezitten wij – mensen – het vermogen om ‘dingen’ uit het verleden zich helder of vaag te herinneren. En met onze rede kunnen wij verbanden tussen het heden en het verleden leggen, en zelfs voorzichtige voorspellingen doen over ontwikkelingen in de naaste toekomst. Magenta – uit de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw bestaat, in sociaal-culturele zin, nauwelijks meer. Van het vroegere gesloten dorpskarakter is er weinig over, terwijl de economische veranderingen drastisch van aard zijn!
Vroeger slaven en thans marrons in Magenta
Een groot deel van de huidige Hindoestaans-Surinaamse bewoners van Magenta weet niet, dat ook deze boiti ooit door zwarte Afrikaanse slaven onder rigide dwang van Europese kolonisten en hun opzichters als een plantage is aangelegd en eeuwenlang bebouwd voor de markt in het moederland. Er zijn Hindoestaanse jongeren die beweren, dat de boiti’s in het district Wanica door kalkattiyá’s, de Brits-Indische immigranten, zijn aangelegd. Dat hun (over)grootouders de oerbossen met noeste arbeid in agrarisch landschap hebben veranderd. Door deze en andere uitspraken ontstaat de indruk, dat velen van hen een beperkt historisch en cultureel besef hebben. Ook ontbreekt bij velen de behoefte om deze te verruimen. Dit is verbazingwekkend! Een substantieel deel van de huidige allochtone bevolking van de oude deel van de Magentaweg bestaat uit marrons, nakomelingen van strijdbare Afro-slaven die de plantages stiekem verlieten en hun vrijheid in de bijna ondoordringbare oerwouden, meestal langs rivieren, voorbij watervallen en stroomversnellingen, hervonden. In het huidige Suriname, in het cultuurlandschap, de nederzettingspatronen en in de samenleving zijn er talrijke sporen van de vroegere Afro-slavernij en de plantage-economie te vinden. De Surinaamse samenleving, vooral de demografische samenstelling ervan, is eigenlijk hoofdzakelijk een gevolg van het streven naar materieel gewin door blanke en joodse kolonisten, maar in hun kielzog ook door bevoorrechte mulatten in de eerste helft van de 19e eeuw en zelfs eerder. Ook de veel geprezen ‘zwarte’ Elizabeth Samson, die niet met zwarte, maar met enkele blanke mannen trouwde, bezat slaven!
Slavernij in alle oude continenten en culturen
Slavernij, slavenhandel en verslaving van mensen zijn van alle tijden. Deze kwamen in alle culturen en continenten voor. De belangrijkste heilige geschriften van joden, christenen en moslims, respectievelijk de Thora, het Oude Testament en de Sharia, maken hiervan veelvuldig melding. Soms aanbevelend en voorschrijvend. De islam verbood wel de tot slaafmaking van eigen geloofsgenoten. Ook in hindoe-geschriften van préchristelijke oorsprong, bijv. in de veel geprezen Mánava Dharma Shástra (Laws of Manu, 500 v.Chr.), is er sprake van verplichtende arbeid: het kastenstelsel, een vorm van beroepsdwang op erfelijke basis. Elders is er sprake van discriminatie op grondslag van fysieke kenmerken, o.a. de vorm van de neus! Voor mij – met mijn overheersende Eurocentrische perceptie – was het een teleurstellende en tegelijkertijd een schokkende ervaring om te lezen, dat de grote monotheïstische godsdiensten zich niet of nauwelijks verzet hebben tegen koop en verkoop van de medemens met dezelfde of een andere huidskleur. Dat er pausen: de vertegenwoordigers van God op aarde en bisschoppen waren die zelf slaven bezaten! Ook dat er in een groot deel van het midden-middeleeuwse Europa mensenroof en slavenhandel voorkwamen. Slavernij, o.a. door machtigen en ondernemende rijken in het leven geroepen met openlijke goedkeuring en ruime medewerking van de eigen staat en godsdienst! Niet alleen de van natuur minderwaardig geachte mens mocht bijv. in Athene geknecht worden, maar elders ook personen van de eigen soort en behorend tot de eigen cultuur. Een uiterst vernederende vorm van dehumanisering. Een slaaf was een koopwaar, een ‘ding’, een bezit waarmee de eigenaar naar eigen believen kon handelen. Direct of indirect gedwongen en uitbuitende vormen van arbeid komen ook in onze tijd in alle samenlevingen voor, terwijl de alwetende en almachtige goden van de vromen, een oogje dichtknijpen…
Blanke slavernij in het oude Athene
Op mijn christelijke lagere school maakte een dramatisch verhaal uit de Bijbel diepe indruk op mij. Dit geldt eigenlijk ook voor enkele andere Bijbelse vertellingen. Het hier bedoelde verhaal staat in het boek Genesis. Het gaat over de verkoop van Jozef, de lievelingszoon van aartsvader Jakob. Zijn broers verkochten hem stiekem als slaaf aan vreemde kooplieden. Zou de politieke filosoof Thomas Hobbes (1588–1679) misschien toch gelijk hebben met zijn adagium ‘De ene mens is als een wolf voor de ander.’? Mijn beeld van de slavernij was beperkt. Door mijn geringe historische kennis. Bij het begrip slavernij dacht ik aanvankelijk – als scholier – alleen aan Zuid- en Noord-Amerika en hoofdzakelijk aan zwarte slaven. Zeker niet aan blanke slaven en slavernij in Europa. Mijn beeld heb ik moeten aanpassen. De slavernij, de
‘maatschappelijke doodmaking’ van mensen bleef niet beperkt tot één regio en één cultuur. Het is in verschillende vormen van alle tijden en volkeren. Helaas! In het Middellandse Zeegebied, ingesloten door drie continenten, is de blanke slavenhandel, gedreven door o.a. Fenicische kooplieden uit het Nabije Oosten (Libanon en Syrië), zelfs van prechristelijke oorsprong. Betrouwbare bronnen over deze slavernij zijn bijv. van de Grieken. De Griekse stadsstaten uit de klassieke oudheid (800 v. Chr. tot 476 n. Chr.) hadden een gesloten karakter. Zij die de Griekse taal niet spraken en hun cultuur niet deelden, beschouwden de Grieken als barbaren, vreemdelingen en onbeschaafd. Deze houding is vergelijkbaar met die van de vroegere Ariërs in de Indus-Gangesvlakte (3.000 -2.000) v. Chr.) t.o.v. anderen (de autochtonen) die geen Sanskriet spraken. Toch waren slaven ongeveer 500 v. Chr. een essentieel onderdeel van de stedelijke samenlevingen in Griekenland, bijv. in Athene en Sparta. Het leeuwendeel van deze slaven werkte – in tegenstelling tot tropisch Amerika – niet in de landbouw. In de Griekse cultuur deelde men de algemene opvatting, dat sommige mensen van nature slaven waren. Ook de invloedrijke Atheense filosoof Aristoteles (384-322 v. C) huldigde in zijn Politica deze opvatting. De blanke slavernij was in de vroege middeleeuwen en ook later een erkende maatschappelijke instelling die zelfs religieuze legitimatie genoot (zoals eerder vermeld). De handel in blanke slaven in het mediterrane gebied groeide gestaag tussen de achtste en de tiende eeuw. De machtige stad Athene had tussen 500-400 v. Chr. de grootste slavenbevolking; naar schatting ongeveer 20.000 tot 100.000. Het grootste deel ervan behoorde tot de categorie huisslaven c.q. stadsslaven. De meeste belastingplichtigen, de rijken, hadden een slavin. Vele slaven waren als thuisleraren opgeleid. Zij gaven onderwijs aan de kinderen van hun meesters. Staatsslaven waren met openbare werken (infrastructuur, watervoorziening, tempelonderhoud enz.) en de ordehandhaving in de stad belast. Anderen werkten als ambtenaren en hadden o.a. de controle van de overheidsfinanciën en van maten en gewichten van de kooplieden in handen. Slaven mochten aan bepaalde rituelen deelnemen. Het zwaarst hadden de slaven die in de zilvermijnen moesten werken.
Blanke slavernij in het Romeinse Rijk
In de beginfase van het Romeinse Imperium had de aristocratie hoofdzakelijk huisslaven. Door hun vele en succesvolle veroveringscampagnes, bijv. in West-Europa, maakten de Romeinse soldaten grote aantallen krijgsgevangenen. Als slaven kwamen zij eerst in soldatenkampen en later in de Romeinse landbouw, op de grote landgoederen, de latifundia, terecht. De huisslavinnen waren extra lustobjecten voor de meesters. Ook kwam een deel van de slavinnen in bordelen terecht, terwijl jonge knapen gemakkelijke prooien waren van pedofielen. Dit was het lot van slaven ook in andere delen van de wereld. Rond 30 v. Chr. had je naar schatting twee miljoen slaven in Italië tegenover vier miljoen vrije burgers. Vooral in Zuid-Italië en Sicilië had de slavensamenleving zich flink ontwikkeld. Ook hier waren de meeste slaven aanvankelijk krijgsgevangenen, maar ook met geweld ontvoerde mannen en vrouwen die aan rijke landheren verkocht werden.
Vikingse veroveraars en plunderaars in de slavenhandel
De slavenhandel in Europa was in de middeleeuwen kleinschalig. Dit in tegenstellig tot de latere trans-Atlantische zwarte slavenhandel die geheel in handen was van o.a. Engeland, Frankrijk, Amerika, Portugal en Nederland. Deze kleinschaligheid had ook met het laadvermogen van de schepen van de Vikingen te maken. De ontvoering van Europeanen en de lucratieve handel in deze blanke slaven kende vanaf de 9e tot het midden van de 12e eeuw een bloeiperiode. De slaafmaking en slavenhandel door Vikingen kende een westelijke route, die over o.a. de Noordzee en de andere wateren rond Engeland en Ierland ging. Van de rooftochten van de Vikingen had vooral de bevolking van de West-Europese kustgebieden veel last. De oostelijke slavenroute ging o.a. over de Oostzee, het vasteland van Midden- en Oost-Europa en via de grote rivieren die in zuid-noord richting stroomden. Beide slavenroutes waren het domein van de Vikingen. Zij waren meedogenloze Scandinavische zeevaarders, veroveraars, plunderaars en immigranten, afkomstig uit Zuid-Noorwegen, Zuid-Zweden en Denemarken. Erik de Rode en Leif Eriksson ontdekten respectievelijk Groenland en Noord-Amerika. Anderen belaagden zelfs Zuid-Italië en Sicilië.
Niet alleen de Kelten, Germaanse volken die West-Europa bewoonden, maar ook eigen soortgenoten behoorden – zonder scrupules – tot de slachtoffers van de Vikingen, ook wel Noormannen genoemd. De ene strijdlustige, egoïstische blanke maakte de andere tot slaaf die verhandeld werd. Dit patroon zou zich eeuwen later onder de inheemse machthebbers van West-Afrika herhalen; gestimuleerd door Europese slavenhandelaren met hun ruilwaar. Ook Welshmen deden op kleine schaal aan slavenjachten. Zij verkochten hun buit aan Vikingen, die hun handelswaar bestaande uit Keltische en Slavische slaven o.a. in Budapest aan joodse en moslimse kooplieden verkochten. Arabische kooplieden waren goede afnemers van blanke slavinnen. Bescheiden aantallen Ierse en Scandinavische slaven werden in IJsland verkocht. Dublin en Bristol waren toentertijd belangrijke slavendepots. Ontvoeringen en rooftochten hielden geen rekening met de huidskleur of de culturele achtergrond van de slachtoffers. Materiële motieven gaven ook bij de Noormannen de doorslag tot slaafmaking.
Vikingen hebben ook vestigingskoloniën gesticht. Normandië in West-Frankrijk werd hun belangrijkste vestigingsplaats. Van hieruit zagen zij kans om zelfs Engeland te veroveren. Langzamerhand assimileerden de Vikingen zich door huwelijken met de autochtone bevolking.