Van draadje naar draadje

Ruim twintig jaar aan de stamboom van de familie Pahladsingh

Patrick Hira

Inleiding

In deze bijdrage vertel ik hoe ik in ruim twintig jaar de stamboom van de familie Pahladsingh heb opgebouwd: hoe het begon, hoe de familie meedeed, waar ik op vastliep en wat ik onderweg heb geleerd. Het eerste deel gaat over het verzamelen binnen de familie, het tweede over het zoeken in archieven, vanachter mijn computer. Ik sluit af met de software die ik daarvoor heb gemaakt. Ik hoop dat het anderen helpt die zelf aan de stamboom van hun familie willen beginnen, of die ermee zijn vastgelopen.

Hoe het begon

Ruim twintig jaar geleden was een vriend van me bezig met de stamboom van zijn familie. We werken allebei in de IT, elk in een andere richting, en ik raakte geïnspireerd door wat hij had gemaakt. Hij gaf me de software die hij destijds gebruikte, en ik ging aan de slag met onze eigen stamboom en een website eromheen. Ik begon met “mijn” eigen tak, en met de immigratieregisters die het Nationaal Archief online had gezet. Ik keek, las en probeerde te ontrafelen wie bij wie hoorde. Toen ik mijn tak met de familie deelde, ging het als een lopend vuurtje, niet in één keer maar over de jaren heen. Vooral neven en nichten raakten enthousiast. Zij gingen hun ouders ondervragen en stuurden namen en data door, en soms gingen we samen naar de ouderen om interviews af te nemen en hun verhalen vast te leggen. Van het een kwam het ander: er kwamen uitjes met neven en nichten, en een paar reünies waarbij ook de ouderen aanwezig waren.

Het moment dat het stil werd

Later stapte ik over op een ander softwarepakket. Dat maakte het werk iets makkelijker, maar het bleef verouderd en bood weinig mogelijkheden om gegevens af te schermen. Dat was juist een wens van de familie: niet iedereen wil dat de gegevens van levende mensen voor iedereen op internet staan. De afgelopen vijf tot acht jaar hield ik de boom op de achtergrond bij: huwelijken, geboortes, overlijdens. Toen stond ik op het punt hem over te dragen. Dat viel tegen. Er meldden zich weinig mensen, en de techniek schrok af. Wie de boom overneemt, neemt ook een programma en een bestand over, en dan ligt alles weer bij één persoon. Toen kwam een oud idee weer boven. Met een neef had ik het er weleens over gehad om zelf software te maken, maar daar was het nooit van gekomen. Nu pakte ik het op, met de wensen van de familie als uitgangspunt: afscherming en privacy, en daarnaast de dingen die ik zelf belangrijk en leuk vond. Twee dingen stonden voorop. De software moest ook gericht zijn op onze immigratieachtergrond, want daar is bestaande stamboomsoftware niet op gemaakt. En het moest per familie te betalen zijn, niet per gebruiker. De ervaring leert namelijk dat de meeste familieleden af en toe inloggen en rondkijken, en dat is prima. Een enkele enthousiasteling houdt het bij. Wie alleen af en toe wil kijken, ga je geen eigen abonnement laten nemen.

Weer nieuwsgierig

Doordat ik er weer zo actief mee bezig was, werd ik nieuwsgierig. Zou er inmiddels nieuwe informatie beschikbaar zijn? Ik ben gaan zoeken met wat we al hadden. Ik ben niet naar archieven gereisd; het was verkennend speurwerk vanachter mijn computer. De naam van het schip, met het jaartal, bleek de sleutel. Mijn betovergrootvader Durbarising, die in het immigratieregister staat onder contractnummer R/1387, kwam in 1889 met de Elbe. Met die twee gegevens kwam ik bij de Koloniale Verslagen, die de Universiteit Leiden heeft gescand en die gratis op archive.org staan. In de bijlage over de immigratie staat per schip de aankomstdatum, de kapitein, de scheepsarts, en hoeveel mensen er zijn ingescheept, onderweg geboren en overleden. Zo las ik dat de reis van de Elbe 112 dagen duurde en de dodelijkste was van alle emigrantenschepen die dat jaar uit Calcutta vertrokken: 42 doden, van wie 32 kinderen. Het verslag noemt de oorzaak: twee weken zwaar weer, al vanaf de Golf van Bengalen, waardoor de luiken dicht moesten en de mensen tussendeks in de hitte zaten. Het was bijna eng hoe dichtbij je kunt komen bij iets dat bijna honderddertig jaar geleden is gebeurd.

De aankomst van de Elbe in het Koloniaal Verslag van 1890, bijlage J, blz. 46. Bron: Universiteit Leiden, via archive.org.

Van daaruit ging ik verder, steeds een volgend draadje. In het jaarverslag van de Britse emigratiedienst in Calcutta over 1890, ook op archive.org, las ik dat de Elbe een ventilator had die bij slecht weer niet werkte, en dat de regering dat apparaat afkeurde, uitdrukkelijk naar aanleiding van die reis. In de index van het Nationaal Archief vond ik de registerkaarten van Durbarising en van mijn betovergrootmoeder Gangajalia (X/215). In de database van het Indian Indenture Institute, met zo’n 241.500 contractarbeiders, vond ik hem terug aan de Indiase kant. En de catalogus van de British Library bleek, zoals verderop blijkt, onverwacht waardevol.

Soms leverde een draadje iets op wat ik nooit had verwacht. In een maritieme verzameling vond ik een oude ansichtkaart van de baai van St. Helena, het eiland in de Atlantische Oceaan waar de schepen onderweg langskwamen. Er liggen twee zeilschepen voor anker, en een verzamelaar heeft er met de hand bij geschreven: “Erne” and “Elbe” (at anchor) 1894. De Elbe, het schip van mijn betovergrootvader, en de Erne, waarmee mijn betovergrootmoeder een jaar later naar Suriname kwam, samen op één foto. Helemaal zeker is het niet, want het is de toeschrijving van die verzamelaar. Maar hoe bijzonder is dat. Liep een draadje dood, dan ging ik terug en probeerde ik een ander. Dat is eigenlijk de hele methode.

Het memoveld

Het belangrijkste wat ik heb gevonden, stond onder op een registerkaart. De index van het Nationaal Archief toont bij elke contractarbeider een memoveld, een tekstveld dat de Surinaamse overheid jarenlang heeft bijgehouden. Bij Gangajalia loopt het van 1899 tot 1975 en is het ruim zevenduizend tekens lang. Daarin staan haar huwelijk, al haar kinderen met geboortedatum en aktenummer, haar kleinkinderen, en per persoon de dag waarop die een achternaam koos, met de spelling die hij of zij koos. Daardoor moest ik iets bijstellen wat ik dacht te weten. Ik dacht altijd dat alleen de tak van Mohansingh, een van de zonen, de spelling Pahaladsingh had gekregen. Het memoveld vertelt iets anders. Van Mohansingh zelf staat er geen naamskeuze in; zijn kinderen kozen pas in 1975 een achternaam. De eerste die Pahaladsingh koos was zijn broer Roepnarain, op 16 september 1955. Drie andere kinderen kozen tussen 1945 en 1952 Pahladsingh, zonder de tweede a. Vier kinderen, vier balies, vier dagen, en al twee spellingen van dezelfde naam.

Uit het memoveld bij Gangajalia, X/215: Roepnarain kiest op 16 september 1955 de naam Pahaladsingh. Bron: Nationaal Archief, index Suriname: Contractarbeiders uit India.

Waar ik op vastliep

Op de kaart van Durbarising staat district Deoghar, politiepost “Gaichan” en dorp “Dalbari”. Die laatste twee staan op geen enkele moderne kaart. De database die er een moderne plaats aan koppelt, wees naar een dorp dat volgens de Indiase volkstelling van 2011 voor 95 procent uit Adivasi bestaat. Daar past een Chatri-familie niet in. Wat uiteindelijk werkte, was niet zoeken naar het dorp, maar naar de bestuurslaag erboven. Die vond ik op een plek waar ik hem niet zocht: in de catalogus van de British Library, bij Santal-rolschilderingen van omstreeks 1930. Als herkomst van de maker staat er: “village Pipla, Gaichand circle, p.s. Jamtara, Santal Parganas.” Een museum legt vast waar een maker vandaan kwam, en daarmee ook bestuurslagen die verder nergens zijn opgeschreven. Het dorp zelf heb ik daarmee niet gevonden. Wel de politiepost, en een kortere lijst met kandidaten. Voor het dorp is een register uit het districtskantoor in Jharkhand nodig, en dat staat niet online. Bij Gangajalia was het probleem de spelling. Op haar kaart staat als dorp “Mai”, en dat is onvindbaar. In de Indiase volkstelling heet het May Kharagapur, in district Azamgarh. Elke zoektocht op “Mai” liep dood. Een klerk schreef op wat hij hoorde, uit de mond van iemand die een andere taal sprak.

Wat anderen ervan kunnen leren

  1. Deel het vroeg met de familie. Mijn boom is groot geworden door neven en nichten die hun ouders gingen vragen, niet door mij.
  2. Leg de ouderen vast nu het nog kan. Neem samen een interview af. Het archief vertelt niet hoe iemand was.
  3. Zorg dat het niet van één persoon afhangt. Een stamboom valt niet stil door ruzie, maar door een druk jaar, een kapotte laptop of een beheerder die wil stoppen.
  4. Verwacht niet dat iedereen meedoet. De meeste familieleden kijken af en toe, een paar houden het bij. Dat is genoeg.
  5. Begin bij het schip en het contractnummer, niet bij de naam. Met schip en jaartal kom je in de verslagen, met het contractnummer bij de registerkaart.
  6. Lees het memoveld helemaal. Daar staan de generaties na de overtocht, met data en aktenummers.
  7. Ga terug als een draadje doodloopt, en zoek ook in archief- en museumcatalogi, niet alleen in plaatsnamendatabases.
  8. Controleer bij de oorspronkelijke bron. Een andere stamboom, een database of een familieverhaal is een aanwijzing, geen bewijs.

Silsila

De software die ik heb gemaakt heet Silsila. Onze eigen familie staat erin met ruim elfhonderd mensen in zeven generaties. Het belangrijkste is dat de familie de boom zelf bijwerkt. Wie in de boom staat, kan zijn eigen gegevens aanpassen en die van zijn gezin en zijn ouders. Zo hoeft niet langer alles via één persoon te lopen. De familie bepaalt ook zelf wie wat ziet: tot welke generatie de boom openbaar is, en wie er binnenkomt. Contractnummer, schip en dorp uit het immigratieregister hebben een eigen plek, en de app noemt verwanten in het Sarnami: niet “de zus van je moeder”, maar mausi. Inmiddels help ik ook andere families met hun stamboom. Dat blijkt verrassend leuk te zijn: elke familie heeft haar eigen schip, haar eigen registerkaarten en haar eigen verhalen. Een voorbeeldfamilie is zonder inlog te bekijken op silsila.nl. Heb je alleen papier en geen bestand, dan kunnen we vaak helpen met digitaliseren.

Tot slot

Het archief van de familie Pahladsingh staat met alle bronnen op pahaladsingh.com. Wie vragen heeft, zelf vastloopt of wil meedenken, kan contact met mij opnemen via silsila.nl. Ik hoor het graag.

Bronnen

British Library. Santal-rolschilderingen, Add.Or.3529-3535 en Add.Or.3536-3540, verzameld door W.G. Archer, 1945. Asian and African Studies, Londen.

Census of India 2011. Village Directory, districten Deoghar, Jamtara en Azamgarh. Government of India.

Comins, D.W.D. (1890). Annual Report on Emigration from the Port of Calcutta to British and Foreign Colonies, 1889. Calcutta. https://archive.org/details/wbsl.8952

Annual Report on Emigration from the Port of Calcutta to British and Foreign Colonies, 1890. Calcutta. https://archive.org/details/wbsl.8929

Indian Indenture Institute. Database van contractarbeiders. https://www.theiii.in

Koloniaal Verslag van 1890, bijlage Suriname. Den Haag. Gedigitaliseerd door de Universiteit Leiden. https://archive.org/details/UNIVERSITEITLEIDEN-DIG-KOLONIAAL-VERSLAG-1890

Nationaal Archief. Suriname: Contractarbeiders uit India (Hindostanen), registerkaarten R/1387 en X/215. https://www.nationaalarchief.nl/onderzoeken/index/nt00345