De crematie Ramkisoen Dewdat Oedayrajsingh Varma

 

DE CREMATIE van Ramkisoen Dewdat Oedayrajsingh Varma. 13-26 januari 1969
Lilawati, de familie, Guyana en zijn laatste wens in Suriname

Dit is niet alleen het verhaal van een historische crematie. Het is het verhaal van een vrouw die haar man verloor en er alles aan wilde doen om zijn laatste wens te vervullen.

1. De man van wie zij afscheid moesten nemen

De heer Ramkisoen Dewdat Oedayrajsingh Varma werd op 4 maart 1908 geboren en bereikte de leeftijd van zestig jaar. Hij was binnen de hindoe-gemeenschap actief op religieus, maatschappelijk en bestuurlijk terrein als parlementslid. In de familie was hij echter vooral echtgenoot, vader en grootvader. Juist dat perspectief is voor dit verhaal het belangrijkst.

Wie alleen naar openbare functies kijkt, ziet een bestuurder en geliefd, rechtgeaard gemeenschapsman: een autodidact die jong zijn vader verloor, school opgaf om de zorg voor de familie over te nemen maar uiteindelijk alsnog les zou gaan geven aan de kweekschool, als parlementslid opkwam voor hindoe-belangen en het befaamde boek Licht der Veda’s schreef. Wie naar de familie kijkt, ziet iemand die aan tafel zat, met kinderen en kleinkinderen sprak, plannen had en onderdeel was van het dagelijkse leven. Zijn overlijden betekende daarom niet het verdwijnen van een functie, maar het plotseling wegvallen van een mens om wie een gezin was gebouwd.

2. Maandag 13 januari 1969 – van het ene moment op het andere

Op maandag 13 januari 1969 overleed Ramkisoen plotseling. Het familiebericht dat bewaard is gebleven, spreekt over een onverwacht overlijden en vermeldt meteen dat zijn stoffelijk overschot volgens de Hindu Ritus zou worden gecremeerd. Die ene regel is van groot belang: de familie wist wat zijn wens was en maakte die wens direct onderdeel van het afscheid. Voor de familie begon daarmee een dubbele werkelijkheid. Er was het rauwe verlies zelf. Tegelijk moest vrijwel onmiddellijk worden nagedacht over de vraag hoe zijn afscheid moest plaatsvinden. Waar andere families in zo’n situatie vooral een datum, een plaats en een ceremonie regelen, stond deze familie voor een veel fundamentelere onzekerheid: zou de gewenste wijze van crematie in Suriname überhaupt kunnen doorgaan?

De lange dagen die volgden waren daarom geen gewone periode van wachten op een uitvaart. Het waren dagen van rouw én handelen, van bezoekers en familieoverleg, van religieuze plicht en bestuurlijke onzekerheid.

3. Lilawati – de hoofdrol na zijn overlijden

In het hart van die dagen stond zijn vrouw, mevr. Lilawati Oedayrajsingh Varma, geboren Chandrashekhar Sharma. Zij had niet alleen haar echtgenoot verloren. Volgens de familieherinnering droeg zij ook een centrale verantwoordelijkheid voor het bewaken van zijn laatste wens. Haar rol mag daarom niet worden teruggebracht tot de formele aanduiding ‘weduwe van’ in een brief of advertentie: zij was het die nu het formele verzoek deed om de crematie in de open lucht te mogen voltrekken. Voor haar ging het niet om een abstract debat over crematie. Het ging om de man met wie zij haar leven had gedeeld en behoud van het erfgoed waar hij voor stond. Zij moest in een periode van verdriet tegelijk beslissingen nemen, familie ontvangen, contacten onderhouden en vasthouden aan de overtuiging dat Ramkisoen geen andere uitvaart mocht krijgen dan hij zelf had gewenst.

Volgens de familie was haar houding duidelijk: zijn laatste wens moest worden gerespecteerd. Niet alleen wanneer dat gemakkelijk was, maar ook wanneer daarvoor een grens moest worden overgestoken. Precies daar komt Guyana in het verhaal.

4. Guyana – geen verre gedachte, maar het alternatief

De mogelijkheid om naar Guyana te gaan geeft een heel andere betekenis aan de gebeurtenissen. Het laat zien hoe serieus de familie de religieuze wens nam. Guyana was volgens de familie niet zomaar een land dat tijdens gesprekken werd genoemd. Het was het concrete alternatief wanneer Suriname geen ruimte zou bieden voor de crematie. De familie aldaar kwam in allerijl in actie. Het overleg over en de voorbereidingen voor de rituelen kwamen al op gang voordat duidelijk was waar deze zouden worden voltrokken.

Omdat er in Suriname al lang geen crematies plaats hadden mogen vinden, was er ook expertise op dit gebied verloren gegaan. Communicatie met de Guyanese tak van de familie werd daarom extra belangrijk, want daar werd wel al een tijd in de open lucht gecremeerd, en had men dus de ervaring om dit op een deskundige manier te kunnen organiseren. Als er toestemming zou komen in Suriname, wilde men deze eerste crematie zo waardig en mooi mogelijk laten verlopen, ook omdat

openluchtcrematie niet onomstreden was in de maatschappij. Het was dus van belang dat er goede kwaliteit hout kwam en ruime hoeveelheden ghee, voldoende om het lichaam aan het zicht te onttrekken tijdens de volledige crematie – waar deze ook zou plaatsvinden. Daarmee ontstond dus een tweesporenbeleid. De keuze was niet: wachten tot er ooit een oplossing kwam. Een overledene kan niet onbeperkt worden vastgehouden terwijl bestuurders over regels spreken. Er moest binnen korte tijd duidelijkheid komen. Als die duidelijkheid in Suriname uitbleef, zou de familie handelen en Ramkisoen naar Guyana brengen om daar het afscheid volgens de eigen traditie te volbrengen. Als de toestemming wel kwam, zou de familie uit Guyana overkomen om de crematie hier te voltrekken. Voor de familie betekende dat vooruitdenken over een reis die niemand uit vrije wil wilde maken. Zij waren in rouw en wilden hem in Suriname afscheid geven, dicht bij de eigen gemeenschap. Maar de religieuze overtuiging woog zwaarder dan gemak. Juist die vastberadenheid maakt de rol van Lilawati en de familie zo bepalend in deze geschiedenis.

De familie wilde geen gunst om een traditie mooier te maken. Zij wilde de laatste wens van een echtgenoot, vader en grootvader uitvoeren. Als Suriname daarvoor geen ruimte bood, zou die wens in Guyana worden vervuld.

5. Het huis in die lange dagen – rouw, wachten en familie

Terwijl gesprekken met autoriteiten en mensen uit de gemeenschap plaatsvonden, ging het familieleven in een onwerkelijke vorm door. Er kwamen mensen om deelneming te betuigen. Er moest worden overlegd. Achter het huis stond een tent waar de mannen bij elkaar kwamen om te praten. De vrouwen gingen naar boven in het huis om de weduwe te steunen. Een klein neefje droeg zijn steentje bij door alle familieleden en gasten bij de deur de weg te wijzen. Kinderen en kleinkinderen zagen volwassenen die normaal zekerheid uitstraalden, nu spreken over zaken waarvan de uitkomst niet vaststond. Voor de jongere familieleden was het verlies waarschijnlijk niet in één keer te begrijpen. Een grootvader die altijd bij het leven hoorde, die hen naar school bracht met de auto waarmee hij naar het parlement reed, was er ineens niet meer. Tegelijk hoorden zij gesprekken over crematie, toestemming, de plaats en zelfs Guyana. De familiegeschiedenis van de crematie werd voor hen daardoor vanaf het begin verbonden met zowel verdriet als spanning. Na zijn parlementstijd had ‘Babu’ Oedayrajsingh Varma altijd goed contact gehouden met de heer Pengel, de toenmalige minister-president. Deze kwam dan ook op rouwbezoek en zegde daarbij toe het verzoek in stemming te brengen. De kinderen zien hem vol ontzag voor zijn rijzige gestalte de houten trap in het huis opklimmen. Volgens de overlevering wilde minister-president Pengel proberen Babu een staatsuitvaart te geven en zegde hij de familie toe persoonlijk toe te zien op vervoer naar Guyana als dit niet zou lukken.

Wat ieder kleinkind precies voelde, moet in de definitieve familie-uitgave in de eigen woorden van die persoon worden opgenomen. Het is belangrijk dat deze tekst geen gevoelens verzint. Maar één ervaring staat wel centraal: zij waren niet alleen getuigen van een historische verandering. Zij waren kinderen en kleinkinderen die afscheid namen van iemand van henzelf.

 

6. Terwijl de familie wachtte, moest Suriname beslissen

De bewaarde krantenstukken laten zien dat de vraag over cremeren buiten een crematorium in dezelfde periode ook bestuurlijk en juridisch speelde. Een krantenbericht dat door de nazaten van Lilawati bewaard werd, draagt de duidelijke kop: ‘Lijkverbranding buiten Crematoria nu wettig mogelijk’. Het artikel beschrijft een wijziging van de Begrafenisverordening die door de Staten werd aangenomen.

Johan Adolf Pengel komt in deze geschiedenis daarom niet naar voren als degene om wie het verhaal draait, maar als een bestuurder die deel uitmaakte van de politieke werkelijkheid waarin een oplossing moest worden gevonden. De latere dankbetuiging van Arya Dewaker noemt uitdrukkelijk de minister-president, de Raad van Ministers, de Staten van Suriname en verschillende overheidsdiensten onder degenen die aan de crematie medewerking verleenden.

De familieoverlevering en de documenten raken hier elkaar: binnenshuis hield de familie vast aan de wens, trof de nodige voorbereidingen en bracht iedereen in gereedheid; buitenshuis moest bestuurlijke ruimte worden gecreëerd. Zonder het eerste was er geen draagkracht om door te zetten. Zonder het tweede kon de crematie in Suriname niet plaatsvinden. Uiteindelijk kwam premier Pengel de afgegeven machtiging voor de crematie persoonlijk aan Lilawati overhandigen bij haar thuis.

7. Een plaats voor het afscheid – Weg naar Zee

Naast de toestemming voor cremeren in de open lucht, was ook de locatie waar dit zou kunnen plaatsvinden onderdeel van het probleem. Een crematie in de openlucht heeft grond nodig, afstand tot bebouwing, ruimte voor familie en aanwezigen en een omgeving waarin het ritueel kan worden uitgevoerd. De bewaarde persreactie over Weg naar Zee laat zien dat de locatie maatschappelijk werd besproken en niet door iedereen vanzelfsprekend werd gevonden.

Voor de familie werd zo’n debat uiteindelijk heel concreet. Een plek die voor anderen een bestuurlijke of ruimtelijke kwestie was, moest voor hen de plaats worden waar zij Ramkisoen lichamelijk zouden loslaten. Daarmee veranderde grond in herinneringsgrond.

In de verdere geschiedenis van deze plek hoort ook de bijdrage van de heer Dihal thuis, die volgens de binnen dit project verzamelde gemeenschapsinformatie grond aan de Henri Fernandesweg (Weg naar Zee) beschikbaar stelde en daarmee een tastbare bijdrage leverde aan de mogelijkheid van crematie.

8. Zondag 26 januari 1969 – de crematie gaat door in Suriname

Twee weken na het overlijden kwam het moment waarop de onzekerheid plaatsmaakte voor de uitvoering van de crematie. Dat is niet alleen uit familieherinnering bekend: een officiële brief van de Regeringsvoorlichtingsdienst verwijst expliciet naar foto’s die tijdens de plechtigheid op die zondag werden gemaakt.

Dat deze brief aan de weduwe werd gestuurd, geeft Lilawati opnieuw een centrale plaats in de documentatie. De overheid stuurde de beelden van de plechtigheid terug naar degene die niet alleen de echtgenote van Ramkisoen was, maar volgens de familie ook een van de drijvende krachten achter het vasthouden aan zijn laatste wens.

Omdat het een staatscrematie betrof, werd de kist onder begeleiding van staatspolitie naar huis gereden. De aankomst van de lijkwagen bedekt met de Surinaamse vlag was zeer indrukwekkend, er heerste absolute stilte. Naast de emoties heerste het besef dat dit een gewichtige gebeurtenis was voor de hindoestaanse gemeenschap in Suriname, een lang verwacht moment. Er was een grote oploop van mensen bij het huis en ook onderweg stond men in de berm om de laatste eer te betuigen. De familie reisde mee in een bus en onderweg werd gestopt bij de Arya Dewaker mandir aan de Wanicastraat waar gebeden en mantra’s werden gezongen. Toen men eenmaal bij de crematieplaats aan de kust aankwam, waren ook daar vele mensen bijeengekomen om deelgenoot te zijn van deze historische gebeurtenis

9. Rond het vuur – familie, ritueel en afscheid

De foto’s van de crematie zijn misschien wel de meest indringende bronnen. Zij laten geen abstracte ‘eerste crematie’ zien, maar mensen die dicht bij elkaar staan. De houtstapel is zorgvuldig aangelegd door mannen uit de familie, pt. Datadin en prof. Bhaskranand -die hiervoor speciaal uit Guyana is gekomen- steken met de familie het vuur (de chita) aan. Asti kalash (rituele aardewerken ghagri’s/potten) en grote emmers met ghee zijn zichtbaar. STVS zendt de plechtigheid uit (zie fragmenten bij OHM) en gezamenlijk zorgt men dat alles goed verloopt. De familie staat niet op afstand achter een muur of een raam, maar dicht bij het ritueel.

Binnen de hindoe-traditie is het vuur niet alleen een middel om het lichaam te cremeren. Agni heeft een spirituele betekenis. Het lichaam wordt teruggegeven aan de oerelementen (aarde, water, lucht, vuur, ether). De ziel wordt niet vereenzelvigd met het lichaam dat achterblijft. Juist daarom is deze vorm van afscheid in het hindoeïsme een religieuze noodzaak en geen voorkeur die gemakkelijk kan worden ingeruild.

Voor Lilawati moet het moment een diep persoonlijke grens hebben gemarkeerd: de inspanningen om zijn wens mogelijk te maken was voorbij, nu moest zij hem werkelijk loslaten. Voor de kinderen en kleinkinderen was het vuur niet alleen een religieus symbool. Het was zichtbaar, dichtbij en verbonden met hun grootvader. De hele gemeenschap verenigde zich rond het vuur en ze voelden zich gesteund. Daarom kan juist een openluchtcrematie zich zo sterk in het geheugen vastzetten.

10. De kleinkinderen – geschiedenis gezien door kinderogen

Wanneer volwassenen later over 1969 spreken, komen woorden als wetswijziging, vergunning, politiek en historische doorbraak gemakkelijk naar voren. Voor een kind zijn dat niet de eerste woorden waarmee een herinnering wordt opgeslagen. Een kind onthoudt gezichten, stilte, bewegingen, kleding, warmte, rook, stemmen en het gevoel dat alle volwassenen ineens anders zijn dan normaal. Blikken zijn naar beneden gericht. Handen houden rituele voorwerpen vast. Een lange lepel of stok wordt gebruikt om as mee in de kalash (ghagri) te scheppen. Daarom verdient de familie-ervaring een eigen plaats naast de officiële geschiedenis. De kleinkinderen waren aanwezig in een situatie die zij destijds niet volledig hoefden te begrijpen om er toch door gevormd te worden. Pas later kon het besef ontstaan dat de crematie van hun grootvader iets mogelijk heeft gemaakt dat voor andere hindoe-families betekenis kreeg.

In de definitieve familieversie horen hun eigen herinneringen zo letterlijk mogelijk te worden opgenomen. Niet om het verhaal dramatischer te maken, maar juist om het eerlijker te maken. De historische waarde zit in de kleine dingen: wie hield hun hand vast, waar stonden zij, wat zagen zij als eerste, wat durfden zij niet te vragen, waarover werd thuis nog jaren gesproken?

  1. Na het vuur – de officiële dank laat zien hoeveel mensen nodig waren

De nacht na de crematie was kort omdat bij thuiskomst alle familieleden een bad moesten nemen en er nog wat afsluitende rituelen werden uitgevoerd. De volgende ochtend ging de familie al vroeg weer naar de plek van de crematie om de as op te halen. Met lange houten lepels werd deze in aardewerken kruiken gedaan. Vervolgens is men op de boot gestapt en is de as op de Surinamerivier uitgestrooid. Een tijd later werd er thuis nog zeven dagen lang een Veda Jag gedaan, een eredienst waarbij driemaal daags voordrachten uit de geschriften werden gehouden door prof. Bhaskaranand uit Guyana.

Vijf dagen na de crematie verscheen een dankbetuiging van het hoofdbestuur van Arya Dewaker. Daarin wordt dank uitgesproken voor de steun rond de crematie van Ramkisoen, die binnen de organisatie verschillende functies had vervuld. Bijzondere dank gaat onder meer naar de minister-president, de Raad van Ministers, de Staten van Suriname, Binnenlandse Zaken, de procureur-generaal, de districtscommissaris, politie en EHBO.

De lange lijst laat zien dat de crematie alleen mogelijk werd doordat veel mensen tegelijk handelden. Maar de chronologie is belangrijk: vóór die lijst van instanties stond een familie die haar standpunt niet losliet. De bestuurlijke medewerking maakte mogelijk wat Lilawati en de familie als religieuze verplichting zagen.

12. Lilawati na 26 januari – meer dan ‘de weduwe’

In historische documenten worden vrouwen vaak zichtbaar als ‘echtgenote van’ of ‘weduwe van’. Dat taalgebruik kan onbedoeld hun eigen rol klein maken. In dit verhaal moet dat worden rechtgezet. Lilawati stond niet alleen naast een bekende man; na zijn overlijden was zij een zelfstandig handelende vrouw in een van de moeilijkste periodes van haar leven. Niet alleen zorgde zij ervoor dat crematie eindelijk mogelijk werd in Suriname, ze besloot ook haar mans boek Licht der Veda’s postuum uit te geven.

Volgens de familie bleef zij vasthouden aan wat haar man zelf had gewild. De bereidheid om desnoods naar Guyana te gaan laat zien dat zij de grens van wat praktisch of bestuurlijk gemakkelijk was, niet als grens van haar verantwoordelijkheid zag. Het afscheid kon pas als werkelijk voltooid worden ervaren wanneer het volgens de religieuze overtuiging van haar man en familie was uitgevoerd.

Daarom verdient zij in de geschiedenis van deze crematie een hoofdrol. Niet als tegenhanger van premier Pengel, de Staten of Arya Dewaker, maar op een ander niveau: zij vertegenwoordigt de menselijke kracht waardoor een publieke verandering betekenis kreeg en spiritueel erfgoed in ere kon worden gehouden. Zonder haar doorzettingsvermogen, is wetgeving slechts papier. Zonder bestuurlijke ruimte blijft een familiewens alleen verlangen. In januari 1969 kwamen die twee bij elkaar.

13. De spirituele betekenis – het vuur als overgang

Voor hindoes is crematie verbonden met een visie op lichaam, ziel en de vergankelijkheid van het aardse bestaan. Het lichaam heeft zijn taak vervuld en wordt teruggegeven aan de oerelementen. Het vuur markeert de overgang. Voor de nabestaanden is het tegelijkertijd een uiterste daad van nabijheid en loslaten.

In deze geschiedenis krijgt die spiritualiteit een bijzondere lading. Het vuur van 26 januari 1969 was niet vanzelfsprekend beschikbaar. Er moest ruimte voor worden gemaakt. Daardoor werden geloof en maatschappelijke werkelijkheid letterlijk met elkaar verbonden. Een eeuwenoude ritus moest in de Surinaamse samenleving een juridische en fysieke plaats krijgen.

De kracht van het verhaal ligt daarom niet in het feit dat één persoon “de eerste” zou zijn. De kracht ligt in het samenspel van liefde, overtuiging, familie, gemeenschap en bestuur. Een echtgenote wilde haar man recht doen. Een familie wilde niet wijken van een religieuze verantwoordelijkheid. Anderen besloten ruimte te maken. En rond het vuur werd dat alles één moment.

14. Premier Pengel, de heer Dihal en de mensen die daarna het werk droegen

Johan Adolf Pengel en de andere bestuurders verdienen vermelding omdat hun medewerking nodig was om een nieuwe praktijk mogelijk te maken. De heer Dihal hoort erin omdat volgens de gemeenschapsinformatie grond beschikbaar werd gesteld. De gemeenschap die later jarenlang vrijwillig het terrein beheerde en families begeleidde, verdient vermelding omdat een eenmalige doorbraak anders geen levende traditie wordt.

Maar hun plaats in dit verhaal is nu bewust ondersteunend. Zij staan om de kern heen: Ramkisoen, Lilawati, hun kinderen en kleinkinderen, en het lange wachten waarin een persoonlijk verlies uitgroeide tot een gebeurtenis met bredere betekenis.

15. Wat deze geschiedenis vandaag nog zegt

Wat in januari 1969 gebeurde, laat zien dat religieuze ruimte niet vanzelf ontstaat. Zij ontstaat wanneer mensen hun overtuiging duidelijk maken, anderen bereid zijn te luisteren en bestuurders zoeken naar een manier om traditie, wet en samenleving met elkaar te verbinden.

Voor het huidige crematieproject is dat een belangrijk gegeven. De geschiedenis van Ramkisoen en Lilawati is geen kant-en-klaar juridisch argument voor een ander land of een andere tijd. Het is wel een menselijk voorbeeld van hoe een ritueel dat voor een gemeenschap essentieel is, aanvankelijk moeilijk kan passen binnen bestaande regels en uiteindelijk toch een plaats kan krijgen door vriendschappelijke banden en de inzet van velen. De nalatenschap van januari 1969 is daarom groter dan één dag. Zij leeft voort in de hindoe-gemeenschap die dankzij deze gebeurtenissen een waardig afscheid volgens hun eigen traditie kan vormgeven, en in nieuwe generaties die opnieuw vragen hoe religieuze vrijheid, waardigheid, veiligheid en maatschappelijke regels naast elkaar kunnen bestaan.

 

Tijdlijn – twee weken wachten en wat daarna volgde

Datum Gebeurtenis
13 januari 1969 Ramkisoen Dewdat Oedayrajsingh Varma overlijdt plotseling op 60-jarige leeftijd.
14 januari 1969 In een familiebericht wordt zijn overlijden bekendgemaakt en staat dat crematie volgens de Hindu Ritus zal volgen.
13–26 januari 1969 Periode van rouw, familieoverleg en bestuurlijke onzekerheid. Volgens familieoverlevering is Guyana het alternatief als crematie in Suriname niet mogelijk wordt gemaakt.
januari 1969 De wettelijke mogelijkheid van crematies buiten crematoria krijgt concrete vorm; een bewaard krantenbericht meldt de wijziging van de Begrafenisverordening.
26 januari 1969 De crematieplechtigheid vindt plaats in Suriname. De Regeringsvoorlichtingsdienst maakt foto’s.
31 januari 1969 Arya Dewaker publiceert een dankbetuiging aan overheid diensten en allen die aan de crematie hebben meegewerkt.

 

Redactionele notitie

De heer Ramkisoen en mevrouw Lilawati op wereldreis in Zwitserland. Foto: collectie nazaten weduwe Oedayrajsingh Varma

Dit document is bewust geschreven als familie- en geschiedverhaal. Feiten die rechtstreeks uit de getoonde documenten blijken, zijn als zodanig geformuleerd. De centrale rol van Lilawati, de spanning waarin de familie verkeerde en de bereidheid om naar Guyana te gaan zijn afkomstig uit de familieoverlevering die voor dit project is aangeleverd, met dank aan het zorgvuldig bijeengebrachte archief en de herinneringen van nazaten van Lilawati die bij de crematie aanwezig waren. Als u fotomateriaal uit dit artikel wilt gebruiken, gelieve contact op te nemen met Padmini of Shanta Kanhai-Mishre voor toestemming, of met de schrijver van dit artikel, Devanand Mahabir. Met dank aan Paula van der Wal voor hulp bij het onderzoek en schrijven.

Neemt u zeker ook contact met ons op als u zelf nog verhalen heeft. We horen graag van u om een zo compleet mogelijk beeld van openluchtcrematie te schetsen. We verzamelen graag meer (familie) verhalen, namen van getuigen en archiefstukken, ook door middel van interviews.

 

RAMKISOEN DEWDAT OEDAYRAJSINGH VARMA
4 maart 1908 – 13 januari 1969
Crematie: zondag 26 januari 1969

Zijn laatste wens werd werkelijkheid dankzij zijn liefdevolle vrouw, mevr.Lilawati Oedayrajsingh Varma- Chandrashekhar Sharma