Herinneringen aan Sukh Dhaam, het kinderhuis te Alkmaar (in Commewijne)

Door Soerin Marhé

Het Kinderhuis van Alkmaar (in Suriname) heeft de oorspronkelijke naam gewijzigd in Sukh Dhaam, dat ‘Huis van geluk’ betekent. Het is voor mij niet te traceren in welk jaar deze naamswijziging plaatsvond. Dit kinderhuis is gelegen op de linkeroever van de Commewijnerivier, in de Zuster Jensenstraat 1 in Alkmaar. Alkmaar is een voormalige suikerplantage, die nu door Hindoestanen en Javanen wordt bewoond. De eerstgenoemde bevolkingsgroep vormt de meerderheid. Dit kinderhuis in 1916 opgericht met donatiegelden door de Evangelische Broedergemeente (EBG), onder leiding van het Deense zendelingenechtpaar Peter M. Legêne ((1885-1994) en Anna van Zanten.  Hindoestanen hadden in die tijd geen eigen kinderhuis. In 1933 werd door de vereniging Arya Dewaker het eerste Hindoestaanse kinderhuis met eigen middelen opgericht. Dit kinderhuis staat in de Adolf Pengelstraat in Paramaribo. Sukh Dhaam was speciaal voor Hindoestaanse kinderen bedoeld. Om hen van ‘heidendom’ te vrijwaren. De rivaliteit met de katholieken speelde op de achtergrond mee. Sukh Dhaam bestaat nog. Op 10 november 1960 t/m 16 juli 1961 verbleef ik – samen met enkele oudere zusters van mij – in het kinderhuis Sukh Dhaam waar toen uitsluitend Hindoestaanse kinderen zaten. Bij mijn inschrijving was ik zeven jaar oud. De heer Shanti Perkash was destijds het hoofd van de lagere school die verbonden was aan het kinderhuis. Een schooluniform bestond destijds niet. Het onderwijsniveau was niet op peil, vermoed ik. Slechts één leerling slaagde voor de toelating voor mulo-onderwijs. Wel veel te laat, dat ik pas op mijn zevende nog amper kon lezen. Navraag gaf mij een beeld hoe mijn verblijf daar was. Met die infor

Foto: Michiel van Kempen (Bron: Leven in dienst van de Heiland)

matie kwam heel wat boven water. Het systeem was zodanig ingericht, dat eenieder bijbellessen volgde. Ik wil het niet benadrukken met dat het een verplichting betrof. Geschiedenis heeft ons geleerd, dat zeer jonge kwetsbare kinderen het simpel is om welk geloof dan ook bij hen in te brengen. De boodschap, die daaraan kleefde, had nadrukkelijk tot doel, volg levenslang het Evangelie belijden. Dit systeem wordt tot de dag van vandaag wereldwijd gehandhaafd door alle (? Een toevoeging van de redactie.) geloofsstromingen. Hier komt nooit een eind aan. Als kind wist je niet beter en liet je het gewoon over je heen lopen. In mijn periode waren alle kinderen van Hindoestaanse komaf. Het was best mogelijk dat er ook moslimkinderen ingeschreven stonden en heette één van mijn leeftijdsgenoten Mohammed, dan zou ik gezien mijn jonge leeftijd geen onderscheid kunnen maken tussen hindoes en moslims. Een aantal kilometers verder bestond er een Javaans kinderhuis in Leliëndaal, dichtbij Mariënburg. Zo af en toe kwamen de jongens van dit kinderhuis ook op ons voetbalveld meevoetballen. Wij werden goed verzorgd. In de ochtenduren de ochtendgebeden, daarna een broodmaaltijd en vervolgens twee keer warmeten. Allerlei fruitsoorten werden ons aangeboden. Thans worden alle bevolkingsgroepen tot dit kinderhuis toegelaten. Op de zondagochtenden was er verplicht kerkbezoek. De kerk stond op hetzelfde erf als onze school en ons kinderhuis. Aan gezamenlijke vrijetijdsbesteding ontbrak het niet. We deden aan diverse spelletjes, zoals djoel, touwtjespringen, slagbal en natuurlijk voetballen. Voor de wat ouderen popkie patoe. (Spelenderwijze leren koken). Er was regel en orde. Op sommige avonden waren er toneelopvoeringen, handenarbeid en diavoorstellingen. Veel om van te leren en het was goed georganiseerd.

Wat mij niet smaakte was, dat er dikwijls stukjes rundvlees in de groente werd toegevoegd. Iets dat wij in ons ouderlijkhuis niet met de paplepel meekregen. Ik had geen keus en hapte toe. De jongens gerangschikt op leeftijd sliepen gezamenlijk in de grote slaapruimte op de eerste etage. Eenieder had zijn eigen bedje. Het waren stapelbedden. Vroeger werden deze aangeduid met het woordje scheepsbedden. Wat ik mij nog heel goed kan herinneren, is dat wij in de ochtenduren aan de achterkant van het kinderhuis liepen, waar op de oever van de Commewijnerivier heel veel sinaasappelen en andere citrussoorten aanspoelden. Ons werd niet vermeld waar het vandaan kwam. Veel later ging het gerucht rond, dat door fouten van de landbouwers van de plantage Zoelen bij het laden van de boten kleine hoeveelheden vruchten in het water terechtkwam. Met lange stokken trokken wij de vruchten binnen handbereik en aten onze maagjes vol. De fruitoogst werd per boot vervoerd naar de grote markt in de stad Paramaribo. Contact met meisjes van mijn leeftijd was heel gering. De ontmoetingen waren slechts in de eetruimte, op school en zondags in de kerk. Op contacten onderling tussen jongens en meisjes werd strikt gelet. Het was 66 jaar geleden en de religieuze achtergrond liet het natuurlijk niet toe. Voornamen van mijn leeftijdsgenoten zijn mij niet bijgebleven. Mogelijk dat wij elkaar aanspraken met èh boi (het hedendaagse hoi). Of ik het leuk vond in het kinderhuis op mijn jonge leeftijd? Het antwoord is NEE!. Elk kind heeft recht om op te groeien in zijn vertrouwde omgeving bij zijn ouders en het liefst met zijn broers en zussen.